De spraak-taalpoli is bedoeld voor kinderen van anderhalf tot vijf jaar met een achterstand in spraak-/taalontwikkeling.
Een kind leert zijn moedertaal al heel vroeg. In het eerste jaar
oefent het kind al bepaalde klanken en de zinsmelodie van de
moedertaal. Rond het eerste jaar spreken de meeste kinderen een
paar woordjes. Vanaf de tweede verjaardag horen we de meeste
kinderen zinnetjes van twee of drie woorden zeggen. Tot ongeveer
zes jaar is het kind gevoelig voor het leren van taal.
Er zijn verschillende oorzaken voor een achterstand in de
spraak-/taalontwikkeling. Zo kan bijvoorbeeld slechthorendheid, ook
als dit tijdelijk is, een oorzaak zijn van problemen bij de
taalontwikkeling. Soms heeft een kind niet alleen een
spraak-/taalachterstand maar eveneens een achterstand op andere
ontwikkelingsgebieden.
In dat geval kunnen we de taal-/spraakachterstand ook beter
begrijpen. Voor ouders is het vaak moeilijk om te weten of hun kind
voldoende spreekt. Meestal vergelijken de ouders hun kind met
andere kinderen of wordt de mening gevraagd van de peuterleid(st)er
of de consultatiebureau-arts. Een volgende stap is een bezoek aan
de KNO-arts. Uw kind kan worden doorverwezen naar het spraak-/
taalspreekuur van ons ziekenhuis.
Daar doen we nader onderzoek naar de spraak-/taalontwikkeling en
het gehoor bij kinderen van anderhalf tot en met vijf jaar.
Voorbereiding
Het bezoek van uw kind aan het spraak-/taalspreekuur vindt bij
voorkeur in de ochtenduren plaats, wanneer uw kind goed is
uitgerust. Wij verzoeken u géén andere kinderen mee te nemen naar
het ziekenhuis. Op die manier kan alle aandacht op uw te
onderzoeken kind gericht zijn.
Vragenlijst
Om te voorkomen dat u steeds dezelfde vragen moet beantwoorden,
krijgt u van de specialist een vragenlijst mee. Deze vult u thuis
in en stuurt hem in de bijgevoegde antwoordenveloppe terug naar de
polikliniek KNO. Wanneer u dan op het taalspreekuur komt, zijn al
veel gegevens van uw kind bekend.
Het spraak-/taalspreekuur
Op het spraak-/taalspreekuur wordt in uw bijzijn een
gehooronderzoek gedaan door een akoepedist. Dat is
iemand die is opgeleid voor het uitvoeren van gehoortesten. In een
geluiddichte kamer wordt onderzocht hoe uw kind op bepaalde
geluiden reageert. Verder wordt de werking van het trommelvlies
gemeten. Hiervoor krijgt uw kind tijdens de meting een klein dopje
tegen het oor. Het gehele gehooronderzoek is pijnloos.
Uw kind gaat ook naar de logopedist voor een
logopedisch onderzoek. Een logopedist is iemand die problemen op
het gebied van de stem, spraak, taal en gehoor onderzoekt en
behandelt. Er wordt onderzocht wat uw kind begrijpt van de taal en
wat het al kan spreken. Dit onderzoek wordt uitgevoerd met behulp
van tests in spelvorm.
Op het spraak-/taalspreekuur gaat u ook met uw kind langs de
psycholoog. Er vindt een kort onderzoekje plaats
naar de algehele ontwikkeling. Dit onderzoek bestaat vooral uit
vragen aan u over de ontwikkeling van uw kind en wat kleine
opdrachtjes die uw kind moet uitvoeren. U kunt eventueel nog iets
kwijt over andere bijzonderheden van uw kind, als u dit op de
vragenlijst hebt aangegeven.
Duur van de onderzoeken
Het gehooronderzoek en het psychologisch onderzoek duren ieder
hooguit een half uur. Het logopedisch onderzoek duurt over het
algemeen anderhalf uur.
Uitslag van de onderzoeken
Na afloop van het spraak-/taalspreekuur zetten de logopedist, de
akoepedist en de psycholoog hun bevindingen op papier en sturen die
naar de ouders en alle betrokkenen. Tevens neemt de logopediste de
volgende dag contact met u op om de eerste bevindingen mede te
delen.
Folder spraak- taalpoli
Afspraak maken
U kunt een afspraak maken bij de spraak-taalpoli via de
polikliniek KNO, telefoonnummer (0182) 505574.
Locatie
De spraak-taalpoli vindt plaats op de polikliniek van KNO op de
Jozeflocatie.