Gracilisplastiek

Inleiding

Deze folder geeft u informatie over een

gracilisplastiek, de reconstructie van de kringspier van de anus. U leest hier wat er voor, tijdens en na de operatie gebeurt. Het is belangrijk om te weten dat de situatie voor u anders kan zijn. Deze folder geeft een algemeen beeld en is niet compleet. Ga altijd in gesprek met uw arts voor meer informatie en om uw vragen te bespreken.

Gracilisplastiek

Ontlastingsincontinentie is het ongewild verlies van ontlasting of het niet kunnen ophouden van ontlasting. Incontinentie van ontlasting komt vrij veel voor. Naar schatting zijn er in Nederland ongeveer 100.000 mensen met ontlastingsincontinentie. In het laatste deel van de dikke darm, de endeldarm, wordt ontlasting verzameld. Wanneer de endeldarm vol is, wordt een signaal gegeven om naar het toilet te gaan. Dit signaal wordt aandrang genoemd. Op dat moment komt er druk op de anus te staan. De anus bestaat uit een kringspier die de endeldarm afsluit. De kringspier zorgt ervoor dat we de ontlasting op kunnen houden. Bij het ophouden van de ontlasting spelen naast de kringspier ook de bekkenbodemspieren een belangrijke rol. De bekkenbodem is een spierplaat onderin de buikholte. De bekkenbodem speelt niet alleen een rol bij de stoelgang, maar ook bij het ophouden van urine.

Er zijn meerdere oorzaken voor incontinentie van ontlasting:

  • Het kan ontstaan door beschadiging van de kringspier in de anus. Dit komt voornamelijk voor bij vrouwen die een zware bevalling hebben gehad.
  • Incontinentie van ontlasting kan ook voorkomen als complicatie na een operatie, als gevolg van een ongeluk of na seksueel misbruik. Als de kringspier in de anus is beschadigd, voelt u wel aandrang, maar kunt u de ontlasting niet ophouden. Vaak treden de klachten na verloop van jaren op. De kringspier verslapt namelijk bij het ouder worden. Als er daarnaast ook sprake is van beschadiging, kan dit tot incontinentie leiden.
  • Een andere oorzaak kan liggen in de combinatie van een verslechterde werking van de kringspier zelf en een verslechterde werking van de zenuwen die de kringspier aansturen.

Hebt u last van incontinentie voor ontlasting en hebben de niet operatieve maatregelen niet tot het gewenste effect geleid? Mogelijk komt u in aanmerking voor een kringspierreconstructie van de anus. Dit kan onder andere gedaan worden door een bovenbeenspier (gracilis) om de anus heen te wikkelen en zo een nieuwe kringspier te vormen. Deze spier kan ook gebruikt worden om defecten in de anusomgeving te sluiten. Soms wordt er ook nog een pacemaker geplaatst om de spier te trainen (dynamische gracilisplastiek). Reken erop dat u na deze ingreep ook (tijdelijk) een wond aan uw been zal hebben.

Voorbereiding op de operatie

Het is van belang dat u zich goed voorbereidt op de operatie. Wij adviseren u om uw partner en/of een familielid mee te nemen naar de voorbereidende gesprekken. In de herstelperiode na de operatie kunnen zij u dan gericht ondersteunen.

Voorbereidend gesprek met uw specialist

Samen met uw specialist beslist u of u geopereerd zult worden. Tijdens dit informatiegesprek kunt u vragen stellen over het behandelplan, de operatie of de nazorg. Misschien heeft u nog aanvullende vragen over deze folder. Het kan helpen als u de vragen van tevoren opschrijft.

Voorbereiding anesthesie

Om uw operatie goed voor te bereiden is het belangrijk dat u de vragenlijst over uw gezondheid invult via MijnGHZ. In MijnGHZ leest u informatie over bijvoorbeeld narcose of een ruggeprik. Een aparte afspraak met een anesthesioloog is meestal niet nodig.

Op de dag van operatie moet u nuchter blijven; volg hiervoor de instructies die u heeft gekregen van de anesthesioloog.

De operatiedag

Vlak voor uw operatie doen we deze voorbereidingen:

  • U krijgt een operatiejas;
  • We vragen u make-up, sieraden (ook piercings), contactlenzen en gebitsprotheses te verwijderen;
  • Heeft u kunstnagels? Dan verwijdert u 1 nagel per hand: wijs-, middel- of ringvinger;
  • Ook vragen we u naar het toilet te gaan om helemaal uit te plassen.

Dan rijden we u in uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling. Daar ontmoet u de anesthesioloog die u onder narcose brengt. Voor vocht- en medicijntoediening krijgt u een infuus: een dun slangetje in een bloedvat.

De operatie

Een chirurg doet de operatie. Is deze nog in opleiding? Dan gebeurt dit onder leiding van een ervaren chirurg. Er is altijd een team van gespecialiseerde verpleegkundigen en andere medewerkers aanwezig om de chirurg te helpen.

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Ook

bij dit soort operaties is de normale kans op

complicaties aanwezig. Denk aan een nabloeding, wondinfectie, trombose of longontsteking.

Na de operatie

Na de operatie wordt u wakker op de uitslaapkamer. Hier blijft u tot u stabiel genoeg bent om naar de verpleegafdeling terug te gaan.

Slangetjes in uw lichaam

Mogelijk zijn er na de operatie verschillende slangetjes aan uw lichaam ’gekoppeld’. Het gaat om een:

  • Infuus: deze wordt via een naald ( in een ader van) uw arm gebracht. Via dit infuus krijgt u vocht en medicijnen toegediend.
  • Blaaskatheter: een slang via waar urine wordt afgevoerd uit uw blaas.
  • Zuurstofslang: via een slangetje in uw neus krijgt u extra zuurstof toegediend.

Als u voldoende bent hersteld, worden de slangen weer verwijderd.

Terug op de verpleegafdeling

  1. Controle De verpleegkundige controleert u regelmatig. Denk aan metingen van uw temperatuur, bloeddruk, pols en zuurstof in uw bloed. Ook checkt deze of u heeft geplast.
  2. Eten en drinken Na uw operatie mag u meestal direct drinken. Gaat dat goed? Dan mag u ook eten. Als u genoeg drinkt, halen we het infuus weg.
  3. Medicatie Als pijnstilling krijgt u 4 keer per dagen vaste tijden 2 tabletten paracetamol van Zo nodig krijgt u nog andere pijnstilling. Nog steeds pijn? Zeg dit tegen de verpleegkundige. Verder krijgt u medicijn tegen misselijkheid. Zolang u in het ziekenhuis ligt, krijgt u elke avond een injectie met Fragmin. Dit voorkomt trombose.
  4. Wondverzorging

De wondjes of wond hebben/heeft geen speciale verzorging nodig als ze gesloten zijn. Op de wondjes zit een pleister. De hechtingen zijn oplosbaar. U kunt zich gewoon wassen of douchen.

  1. Urinekatheter

Waarschijnlijk is er een urinekatheter geplaatst. Bij vrouwen is er meestal een tampon in de vagina gebracht.

  1. Drukverband

Om het been is een drukverband gelegd. Deze wordt de dag na de operatie verwisseld.

Wie komt bij u langs?

Tijdens uw opname komen verschillende zorgverleners bij u langs.

  • Zaalarts en chirurg
    Komen dagelijks samen bij u langs om te kijken hoe het met u gaat. Zo nodig passen zij het medische beleid aan.
  • Afdelingsverpleegkundig
    Meet regelmatig uw bloeddruk, pols en temperatuur. Zij of hij helpt u bij de dagelijkse verzorging en het uit bed komen, tot u dit zelf kunt. Ook verzorgt deze verpleegkundige uw wond.
  • Fysiotherapeut
    Helpt u bij ademhalingsoefeningen en beweegactiviteiten na uw operatie.

Eerste dag na de operatie en de periode erna

  • Eten en drinken

Er zijn geen dieetadviezen voor na de operatie.

  • I nfuus

Wordt verwijderd.

  • Urinekatheter

Wordt meestal verwijderd.

  • Vaginaal tampon

Wordt meestal verwijderd.

  • Steunkous

Het drukverband wordt vandaag verwisseld voor een steunkous. Deze krijgt u aan het been waar de spier is uitgehaald. De steunkous is gedurende vier weken tot drie maanden nodig. Gedurende de eerste vier weken draagt u deze dag en nacht. Alleen bij wassen/douchen kan hij af.

  • Wondverzorging

Als de wond open is gelaten, moet de wond gespoeld worden. Zo niet, dan blijft het verbonden met een pleister.

  • Mobiliseren

Het is belangrijk dat u weer uit bed komt. U mag doen wat binnen uw vermogen ligt.

  • Ontlasting

U krijgt dagelijks Movicolon en eventueel een klysma (laxeermiddelen).

Ontslag naar huis

Voordat u naar huis gaat, maken wij voor u een controle-afspraak op de polikliniek. U krijgt zo nodig een recept voor medicijnen mee. In principe mag u tussen 10:00 en
11:00 uur weer naar huis.

Adviezen voor thuis

U heeft een operatie ondergaan en uw lichaam heeft verder tijd nodig te herstellen. Waarschijnlijk hebt u de eerste tijd na de ingreep last van pijn aan uw been.

Dit adviseren wij:

  • Heeft u pijn? Gebruik dan pijnstilling volgens afspraak.
  • Blijf bewegen, maar overbelast niet. Luister daarom goed naar de signalen die uw lichaam geeft. U merkt zelf wat wel en niet kan.
  • Leef gezond: rook niet, beweeg voldoende en neem uw medicatie in.
  • U mag alles eten en drinken.
  • U mag wandelen. Belangrijk is dat activiteiten geen pijn doen en dat uw lichamelijke conditie het toelaat.
  • De steunkous houdt u nog aan. Meestal is het nodig deze drie maanden te dragen.

Zo verkleint u de kans op complicaties

  • Fysieke inspanning
    Tillen of huishoudelijke taken? Dit mag als u denkt dat u dit weer kunt. U mag ook beginnen met fitness.
  • Alcohol
    Liever niet.
  • Verkeer
    Rijd geen auto op de dag van uw operatie. Daarna mag u weer autorijden wanneer u het gevoel heeft dat u dat weer kunt.
  • Wondverzorging
    De hechtingen zijn oplosbaar.
  • Douchen en in bad
    U mag thuis gewoon weer douchen of kort in bad gaan.
  • Fietsen
    Dit hangt af van uw klachten. Denkt u dat u weer kunt fietsen? Dan mag dat.
  • Werken
    Dit hangt af van uw klachten. Denkt u weer te kunnen werken? Dan mag dat.
  • Ontlasting

U krijgt een recept mee voor Movicolon en klysma’s. U dient Movicolon (laxeermiddel) dagelijks te gebruiken. Het is belangrijk dat u 1 keer per 3 dagen ontlasting krijgt. Heeft u 3 dagen geen ontlasting gehad, breng dan rectaal een klysma in.

Mogelijke complicaties

Wanneer zich thuis complicaties

voordoen, kunt u contact opnemen met uw

behandelend specialist.

Bel de eerste 30 dagen na de operatie direct het ziekenhuis als u:

  • Koorts heeft boven 38,5 graden.
  • Een wond heeft die roder, warmer en dikker wordt, een vieze geur heeft of meer pijn doet of waar pus uitkomt.
  • Been rood, dik, gezwollen of pijnlijk wordt.
  • Plotseling veel moeilijker gaat ademhalen.

Telefoonnummers:

  • Behandelend specialist: (0182) 50 58 78 (maandag tot en met vrijdag, 8.30 – 11.00 uur en 13.30 – 15.30 uur).
  • Spoedeisende Hulp: (0182) 50 53 27 (buiten polikliniek openingstijden en bij acute problemen).

De verantwoordelijke chirurg

…………………………………..

heeft u geopereerd.

Algemene informatie over het GHZ

Voor informatie over het ziekenhuis kijkt u op www.ghz.nl . Of bel naar (0182) 50 50 50.

Heeft u nog vragen? Belt u dan gerust naar de polikliniek assistent Chirurgie: (0182) 50 58 78 (maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 11.00 uur, en 13.30 tot 15.30 uur).

Disclaimer

De informatie op deze pagina is algemeen en geen behandeladvies. Volg altijd de afspraken die u met uw zorgverlener maakt. Vertalingen zijn gemaakt met vertaalsoftware en kunnen fouten bevatten. Het Groene Hart Ziekenhuis is niet aansprakelijk voor schade door mogelijke onjuistheden in deze informatie. Lees hier1 onze uitgebreide disclaimer.

Groene Hart Ziekenhuis, Locatie Gouda

Bleulandweg 10
2803 HH Gouda
0182 - 50 50 50
www.ghz.nl2

Linkjes

  1. https://www.ghz.nl/disclaimer/
  2. https://www.ghz.nl