Inleiding
Deze folder geeft algemene informatie
over een haarnestcyste en de
behandelmogelijkheden. Het is goed dat u zich realiseert dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan hier is beschreven. Daarnaast komt deze beschrijving niet in de plaats van een gesprek met uw arts. Deze zal vanzelfsprekend bereid zijn om u een en ander uit te leggen en op uw vragen in te gaan.
Wat is een haarnestcyste?
Een haarnestcyste (sinus pilonidalis) bevindt zich meestal tussen de billen. Het is een holte onder de huid. In deze holte bevinden zich haartjes, die als het ware door de huid heen naar buiten prikken. Hierdoor ontstaat een open verbinding. Deze verbinding is te zien als een klein gaatje of een kleine intrekking in de huid. In een cyste kan gemakkelijk een ontsteking ontstaan. De cyste kan pijn veroorzaken of vocht afscheiden. Waarom de haarnestcyste bij de ene persoon wel en bij de ander niet ontstaat, is niet helemaal duidelijk. De aandoening komt vrijwel niet voor bij mensen boven de dertig.
Behandelmogelijkheden
Als er (nagenoeg) geen klachten zijn, kan de cyste door regelmatig ontharen en goede hygiëne rustig gehouden worden. Losse haartjes worden weggespoeld, waardoor ze niet in de cyste kunnen komen. Bij aanhoudende klachten en bij een ernstige ontsteking kan worden besloten een operatie uit te voeren. Bij beperkte omvang kan de operatie onder lokale verdoving worden uitgevoerd. Soms kan de cyste goed behandeld worden door een etsende stof in te spuiten (fenol).
Voorbereidend gesprek met uw specialist
Samen met uw specialist beslist u of u geopereerd zult worden. Tijdens dit informatiegesprek kunt u vragen stellen over het behandelplan, de operatie of de nazorg. Misschien heeft u nog aanvullende vragen over deze folder. Het kan helpen als u deze vragen van tevoren opschrijft.
Voorbereiding anesthesie
Om uw operatie goed voor te bereiden is het belangrijk dat u de vragenlijst over uw gezondheid invult via MijnGHZ. In MijnGHZ leest u informatie over bijvoorbeeld narcose of een ruggeprik. Een aparte afspraak met een anesthesioloog is meestal niet nodig.
Medicijnen
Neem voor uw gezond- en veiligheid uw medicatieoverzicht mee. Deze kunt u opvragen bij uw apotheek.
Neem ook alle verpakkingen mee van medicijnen die u thuis gebruikt.
Eten en drinken
Op de dag van operatie moet u nuchter blijven. Volg hierbij de instructies die u van de anesthesioloog kreeg.
Opname
U wordt op de dag van de operatie opgenomen. Als u zich bij de balie meldt, dan brengen wij u naar de afdeling.
De operatiedag
Vlak voor uw operatie doen we deze voorbereidingen:
- U krijgt een operatiejas;
- We vragen u make-up, sieraden (ook piercings), contactlenzen en gebitsprotheses te verwijderen;
- Heeft u kunstnagels? Dan verwijdert u 1 nagel per hand: wijs-, middel- of ringvinger;
- Ook vragen we u naar het toilet te gaan om helemaal uit te plassen.
Dan rijden we u in uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling. Daar ontmoet u de anesthesioloog die u onder narcose brengt. Voor vocht- en medicijntoediening krijgt u een infuus: een dun slangetje in een bloedvat.
De operatie
Een chirurg doet de operatie. Is deze nog in opleiding? Dan gebeurt dit onder leiding van een ervaren chirurg. Er is altijd een team van gespecialiseerde verpleegkundigen en andere medewerkers aanwezig om de chirurg te helpen.
Na de operatie
Na de operatie wordt u wakker op de uitslaapkamer of Intensive Care (als de operatie buiten kantoortijden plaatsvindt). Hier blijft u tot u stabiel genoeg bent om naar de verpleegafdeling terug te gaan.
Er zijn mogelijk verschillende slangetjes aan uw lichaam ’gekoppeld’. Deze worden afhankelijk van uw herstel snel verwijderd. Het gaat om een:
- Infuus: deze wordt via een naaldje in een bloedvat in uw arm gebracht. Via dit infuus krijgt u vocht en medicijnen toegediend.
- Zuurstofslang: via een slang in uw neus krijgt u extra zuurstof toegediend.
Terug op de verpleegafdeling
- De verpleegkundige zal regelmatig controles bij u verrichten, zoals (metingen van) uw temperatuur, pols, zuurstofgehalte in uw bloed en uw bloeddruk. De verpleegkundige zal ook controleren of u heeft geplast.
- Eten en drinken: u mag na de operatie meestal direct al wat drinken. Als dat goed gaat, mag u ook weer eten. Als u genoeg drinkt mag het infuus verwijderd worden.
- Medicatie: als pijnstilling krijgt u vier keer per dag op vaste tijden twee tabletten paracetamol van 500 mg. Zo nodig krijgt u hierbij nog een andere pijnstiller. Als u pijn heeft ondanks de pijnstilling, bespreek dit dan met de verpleegkundige. In de regel krijgt u daarnaast ook een medicijn tegen de misselijkheid.
Zolang u in het ziekenhuis ligt, krijgt u elke avond een injectie met Fragmin; dit voorkomt het ontstaan van trombose (bloedstolselvorming in de bloedvaten).
Wondverzorging
Omdat de wond meestal wordt opengelaten, zult u na de operatie enig ongemak en pijn hebben. Het gaasje dat meestal tijdens de operatie in de wond achterblijft, zal voor ontslag verwijderd worden. Een eenvoudige manier om de wond af te dekken en eventueel vocht op te vangen, is door een inlegkruisje in uw onderbroek te plakken. Spoel verder het wondgebied regelmatig met de douche schoon; twee à drie keer per dag is meestal voldoende. Omdat de wond in de meeste gevallen wordt opengelaten, kan deze wat bloederig nalekken. Het is ook de bedoeling dat de viezigheid er uit kan. Het voordeel hiervan is dat wondinfecties niet of nauwelijks voor komen. Wel kan de wondgenezing dan traag verlopen door de vorming van 'wild vlees' (hypergranulatie).
Naar huis
Voordat u naar huis gaat, hebben wij voor u al een controle-afspraak op de polikliniek gemaakt. U krijgt zo nodig een recept voor medicijnen mee.
Adviezen voor thuis
U heeft een operatie ondergaan en uw lichaam heeft even de tijd nodig om te herstellen. Waarschijnlijk heeft u de eerste tijd na de ingreep last van pijn in het operatiegebied. U mag pijnstilling innemen volgens afspraak. Als u eenmaal thuis bent is het voor uw herstel van belang dat u actief blijft, maar uzelf niet overbelast. Het is daarom belangrijk om goed te luisteren naar de signalen die uw lichaam u geeft; dan merkt u vanzelf wat u wel en niet kunt. Een gezonde levenswijze is heel belangrijk dus; rook absoluut niet, zorg voor voldoende lichaamsbeweging en neem uw medicatie in. Er zijn geen dieetbeperkingen na de operatie. U mag na ontslag uit het ziekenhuis weer wandelen. Voorwaarde is dat de activiteiten geen pijn veroorzaken en dat uw lichamelijke conditie het toelaat. Op welk moment u uw werk weer kunt oppakken, is afhankelijk van uw klachten. U kunt dus weer gaan werken als u zich daartoe in staat acht. Om de kans op complicaties te beperken adviseren wij u het volgende:
- Verkeer: u mag weer autorijden wanneer u zich daartoe in staat acht.
- Wondverzorging: als de wond open is gelaten, dient u deze twee à drie keer per dag onder de douche te spoelen.
- Douchen en in bad: u mag thuis gewoon weer douchen of kort in bad gaan.
- Werken: of u kunt werken, is afhankelijk van uw klachten. U kunt dus weer gaan werken als u zich daartoe in staat acht.
Om de kans op het terugkeren van een haarcyste te verkleinen, adviseren wij u om het betreffende gebied voortaan te ontharen en om daarnaast te zorgen voor extra hygiëne.
Mogelijke complicaties tijdens en na de operatie
Geen enkele operatie is zonder risico’s. Ook bij deze operatie is de normale kans op complicaties, zoals nabloeding of
wondinfectie aanwezig.
Direct contact opnemen
Neemt u de eerste 30 dagen na de operatie direct contact op als:
- U koorts heeft boven 38,5 °C.
- Het wondgebied toenemend rood, warm en opgezwollen wordt, een onaangename geur heeft en/of als er sprake is van een toename van pijn en/of vochtlekkage van de wond.
- Uw been rood, dik, gezwollen en/of pijnlijk wordt (dit kan wijzen op een bloedstolsel in de diepe afvoerende aderen: trombose).
- U plotseling toenemend kortademig wordt.
Als zich thuis complicaties voordoen, kunt u contact opnemen met uw behandelend specialist, via de polikliniek assistent Chirurgie, tel.: (0182) 50 58 78 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 11.30 uur en 13.30 tot 16.00 uur).
Buiten de openingstijden van de polikliniek en bij acute problemen kunt u ook bellen met de Spoedeisende Hulp: (0182) 50 53 27.
De verantwoordelijk chirurg voor uw opname was:
…………………………….
Algemene informatie over het GHZ
Voor informatie over het ziekenhuis kunt u terecht op onze internetsite: www.ghz.nl.
Ook kunt u bellen naar het algemene
informatienummer: (0182) 50 50 50.
Vragen?
Misschien heeft u na het lezen van deze folder vragen die niet kunnen wachten tot de dag van opname. U kunt uw vragen stellen aan de polikliniek assistent Chirurgie tel.: (0182) 50 58 78 (bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 11.30 uur en van 13.30 tot 16.00 uur).
Disclaimer
De informatie op deze pagina is algemeen en geen behandeladvies. Volg altijd de afspraken die u met uw zorgverlener maakt. Vertalingen zijn gemaakt met vertaalsoftware en kunnen fouten bevatten. Het Groene Hart Ziekenhuis is niet aansprakelijk voor schade door mogelijke onjuistheden in deze informatie. Lees hier1 onze uitgebreide disclaimer.
Groene Hart Ziekenhuis, Locatie Gouda
Bleulandweg 10
2803 HH Gouda
0182 - 50 50 50
www.ghz.nl2
Linkjes
- https://www.ghz.nl/disclaimer/
- https://www.ghz.nl