Allergeenspecifieke Immunotherapie

Inleiding

U bent verwezen naar de immunoloog-allergoloog, omdat u (mogelijk) allergeenspecifieke immunotherapie krijgt. In deze folder leest u meer informatie over deze behandeling.

Wat is allergeenspecifieke immunotherapie?

Allergeenspecifieke immunotherapie (ook wel desensibilisatie genoemd) is een behandeling waarmee geprobeerd wordt de ernst en de duur van de allergische klachten te verminderen. De behandeling is erop gericht het eigen afweersysteem zo te beïnvloeden, dat de allergie afneemt en mensen tolerant worden voor de stof waar ze allergisch voor zijn (= allergeen).

Immunotherapie is werkzaam gebleken voor patiënten met een allergie voor boompollen, graspollen en huisstofmijtenallergie, en in bepaalde gevallen voor de katallergie. De behandeling is ook zeer effectief bij een ernstige systemische allergische reactie na een insectensteek (wesp of bij). Helaas is er tot op heden geen immunotherapie beschikbaar voor allergie voor voedingsmiddelen. Wellicht dat er in de toekomst wel behandeling beschikbaar worden, bijvoorbeeld voor mensen met allergie voor pinda.

Soorten allergeenspecifieke immunotherapie

Er zijn twee soorten immunotherapie. De subcutane immunotherapie (SCIT) en de sublinguale immunotherapie (SLIT). Bij SCIT krijgt u het allergeen via een injectie toegediend, terwijl SLIT via smelttabletten onder de tong gaat. Immunotherapie voor boompollen, graspollen, huisstofmijt en insecten bestaan in de SCIT vorm. Voorlopig is SLIT alleen beschikbaar voor allergieën tegen boompollen, graspollen en huisstofmijt. Bent u hierin geïnteresseerd? Vraag dan gerust naar onze aparte brochures met uitgebreide informatie over SLIT.

Voor wie is allergeenspecifieke immunotherapie geschikt?

De behandeling is bedoeld voor mensen die last hebben van inhalatie allergieën (allergie boompollen, graspollen en huisstofmijt) met of zonder astma klachten, ondanks het gebruik van goede basis medicatie (neusspray, oogdruppels, pufjes, en antihistamine tabletten). Het is belangrijk om te weten dat immunotherapie geen vervanging is voor basis medicatie, maar een toevoeging. Immunotherapie is ook bedoeld voor mensen die ernstige allergische reacties hebben gehad op insecten (wespen of bijen).

Patiënten die veel klachten van astma hebben, kunnen pas starten als de astma onder controle is. Bij mensen met sommige aandoeningen of mensen die bepaalde medicijnen gebruiken, wordt allergeenspecifieke immuuntherapie ontraden. Uw arts zal dit met u bespreken.

U kunt maximaal voor drie allergenen tegelijk worden behandeld met SCIT; bijvoorbeeld voor graspollen, boompollen en huisstofmijten.

Effect en duur behandeling van allergeenspecifieke immunotherapie

De SCIT bestaat uit een zogenaamde ‘ i nstelfase’ en een ‘ onderhoudsfase’.

Instelfase injectiekuur

Tijdens de instelfase krijgt u elke week een hogere dosis van de stof waar u allergisch voor bent (in het geval van SCIT onderhuids toegediend), totdat de maximale dosis is bereikt.

We gebruiken twee verschillende instelschema’s (conventioneel schema en cluster schema). In de tabellen hieronder staan vermeld hoe deze schema’s eruit zien. Uw arts zal met u bespreken welk schema voor u geschikt is. We starten niet met het cluster schema (vanwege bijwerkingen) indien u voor 2 of 3 allergenen immunotherapie krijgt. Een clusterschema is in principe alleen bedoeld voor patiënten die voor een soort allergeen immunotherapie krijgen. Het voordeel van cluster schema is dat u eerder klaar bent met het instellen (wekelijks), zodat u verder kunt gaan met onderhoud (1 keer in 4-6 weken).

De geleidelijke opbouw is bedoeld om bijwerkingen te voorkomen. Immunotherapie voor de behandeling van boompollen- en graspollenallergie wordt altijd gestart buiten het pollenseizoen. In de regel is dit vanaf begin september. De instelfase wordt bij ons altijd in het ziekenhuis gedaan. In sommige gevallen kan uw huisarts de onderhoudsfase overnemen. Bespreek dit met uw arts en met uw huisarts.

Voorbeeld conventioneel schema

Flacon- nummer

Bezoek (week)

Injectie volume

Hoeveelheid

gif

1

1

0,2ml

0,02ug

2

0,4ml

0,04ug

3

0,8ml

0,08ug

2

4

0,2ml

0,2ug

5

0,4ml

0,4ug

6

0,8ml

0,8ug

3

7

0,2ml

2ug

8

0,4ml

4ug

9

0,8ml

8ug

4

10

0,1ml

10ug

11

0,2ml

20ug

12

0,4ml

40ug

13

0,6ml

60ug

14

0,8ml

80ug

15

1,0ml

100ug

  • Na 15 weken begint de onderhoudsfase:
    > Het interval tussen bezoek 15 en 16 is twee weken.
    > Het interval tussen bezoek 16 en 17 is vier weken..
  • Volgende injecties (onderhoud) worden om de vier tot zes weken toegediend gedurende 3 jaar (boompollen, graspollen en huisstofmijt) en 5 jaar (wespen en bijen).
  • Voorbeeld cluster schema

    Flacon- nummer

    Bezoek (week)

    Injectie volume

    Hoeveelheid gif

    1

    1

    0,1ml

    0,01ug

    2

    1

    0,1ml

    0,01ug

    3

    1

    0,1ml

    1ug

    2

    0,2ml

    2ug

    2

    0,4ml

    4ug

    3

    0,6ml

    6ug

    4

    3

    0,1ml

    10ug

    4

    0,1ml

    10ug

    4

    0,2ml

    20ug

    5

    0,3ml

    30ug

    5

    0,3ml

    30ug

    6

    0,5ml

    50ug

    6

    0,5ml

    50ug

    7

    1,0ml

    100ug

  • Na 6 weken begint de onderhoudsfase:
    > Het interval tussen bezoek 6 en 7 is twee weken.
    > Het interval tussen bezoek 7 en 8 is vier weken.
  • Volgende injecties (onderhoud) worden om de vier tot zes weken toegediend gedurende 3 jaar (boompollen, graspollen en huisstofmijt) en 5 jaar (wespen en bijen).
  • Wat zijn de voordelen van allergeenspecifieke immunotherapie?

    • De ernst en de duur van uw allergische klachten kunnen afnemen.
    • U kunt minder medicatie nodig hebben.
    • Uw kwaliteit van leven kan verbeteren.

    Meestal wordt binnen twee jaar het maximale effect bereikt. Een gunstig effect is een effect, waarbij klachten afnemen of u minder medicatie nodig heeft voor de behandeling van de klachten. Hoe groot het effect is valt helaas niet te voorspellen.

    Een derde jaar behandeling voor boompollen- of graspollenallergie en huisstofmijt is nodig om ervoor te zorgen dat dit effect ook blijft bestaan in de jaren nadat de kuur is beëindigd. Voor wespen en bijen wordt vijf jaar doorgeprikt voor het behalen van het maximale effect.

    Wat zijn de risico's van allergeenspecifieke immunotherapie?
    De meeste bijwerkingen van allergeenspecifieke immunotherapie zijn mild en van voorbijgaande aard. Enkele voorbeelden van bijwerkingen zijn:

    • Zwelling, roodheid of pijn op de injectieplaats (bij injecties). In zeldzame gevallen blijvende zwelling.
    • Jeuk, prikkeling of zwelling in de mond (bij smelttabletten)
    • Loopneus
    • Niezen
    • Tranende ogen
    • Moeheid

    In zeldzame gevallen kan er na toediening van de injectie of smelttablet een ernstige allergische reactie optreden. Deze reactie is goed te behandelen met medicatie. Om die reden is het belangrijk dat u na elke prik minimaal een half uur in de wachtkamer blijft voor observatie.

    Helaas kunnen we u de immunotherapie niet aanbieden als u deze observatieplicht niet in acht neemt. Dit is voor uw eigen veiligheid.

    Overige belangrijke informatie

    • Informeer de assistente vóór toediening van de injectie over uw conditie.
    • Informeer de assistente hoe de vorige injectie is verdragen.
    • Als u zwanger bent, overleg dan met uw behandelend arts of de behandeling door kan gaan. In de meeste gevallen kan de immunotherapie worden voortgezet.
    • Als u gevaccineerd moet worden voor bijvoorbeeld de griepvaccinatie, moet u dit melden. We raden aan dat er ongeveer 5 dagen tussen de vaccinatie en uw immunotherapie injectie moet zitten.
    • Een deel van de patiënten is de dag van de injectie minder fit en moe. In de loop van de behandeling (maanden) worden deze bijwerking vaak minder. Als u erg moe bent of de klachten lang aanhouden, overleg dan met de arts.
    • Als u ziek bent of u mist om een andere reden een injectie volgens het geplande schema, overleg dan met de arts of de injectie door kan gaan of dat de dosis moet worden aangepast. Om een goede aanpassing van het schema te kunnen maken is het van groot belang dat bijgehouden wordt, bijvoorbeeld op een priklijst, wanneer u welke dosis heeft gekregen en of er problemen zijn opgetreden. Er wordt van elke prik een digitale verslaglegging vastgelegd.

    Zwangerschap en borstvoeding

    Als u zwanger wordt of borstvoeding geeft tijdens de immunotherapie, dan is dit geen probleem. Het advies is gewoon met de immunotherapie door te gaan tot ongeveer zes weken voor de uitgerekende datum. Als u maximaal zes weken na de bevalling herstart, hoeft u de behandeling niet helemaal opnieuw te starten.

    Let op: Wacht na de injectie altijd dertig minuten in de wachtkamer van het ziekenhuis of van de huisartsenpraktijk. Dit geldt voor iedere injectie, gedurende de hele kuur.

    Vragen

    In deze folder staat algemene informatie over een voedselallergie. Heeft u naar aanleiding van deze informatie vragen, neem dan contact op met uw behandelend arts of met de assistent(e) via de afdeling Immunologie-Allergologie:

    (0182) 50 50 05.

    Meer informatie

    Voor algemene informatie over het Groene Hart Ziekenhuis kunt u terecht op onze website: www.ghz.nl .

    Ook kunt u bellen naar het algemene nummer: (0182) 50 50 50.

    Ook kunt u terecht op de website van de vereniging voor allergologie en immunologie voor meer informatie via www.nvvaki.nl

    Adres

    Groene Hart Ziekenhuis, locatie Gouda

    Bleulandweg 10

    2803 HH Gouda

    Disclaimer

    De informatie op deze pagina is algemeen en geen behandeladvies. Volg altijd de afspraken die u met uw zorgverlener maakt. Vertalingen zijn gemaakt met vertaalsoftware en kunnen fouten bevatten. Het Groene Hart Ziekenhuis is niet aansprakelijk voor schade door mogelijke onjuistheden in deze informatie. Lees hier1 onze uitgebreide disclaimer.

    Groene Hart Ziekenhuis, Locatie Gouda

    Bleulandweg 10
    2803 HH Gouda
    0182 - 50 50 50
    www.ghz.nl2

    Linkjes

    1. https://www.ghz.nl/disclaimer/
    2. https://www.ghz.nl