Sondevoeding Geven Aan Uw Kind (1 Tot 16 Jaar)

Sondevoeding geven aan uw kind

Instructie voor ouders/verzorgers van kinderen van 1 – 16 jaar

Uw kind heeft een sonde. Via deze sonde krijgt uw kind sondevoeding. In deze folder leest u wat sondevoeding is, waarom uw kind dit krijgt en hoe u sondevoeding veilig kunt geven.

U vindt hierin alle stappen, handige tips en uitleg over mogelijke problemen.

Hebt u vragen? Dan kunt u altijd terecht bij de verpleegkundige of kinderarts.

Belangrijke punten:

  • Uw kind krijgt sondevoeding via een sonde.
  • Een sonde is een buigzaam slangetje.
  • De sonde gaat via de neus naar de maag.
  • Was uw handen goed met water en zeep.
  • Volg altijd alle stappen wanneer u de sondevoeding toedient.
  • Stop direct met voeden als uw kind misselijk wordt.
  • Spoel de sonde na elke voeding door met water.
  • Laat uw kind drie keer per dag tanden poetsen.
  • U kunt medicijnen via de sonde geven.
  • Vragen? Bel de Kinderthuiszorg via
    088-020 07 00.
  • Bel uw huisarts als uw kind blijft overgeven.

Het uitvoeren van een handeling met risico’s

Sondevoeding geven is een handeling met risico’s. Normaal voeren artsen en verpleegkundigen deze handeling uit.

U mag sondevoeding alleen geven als de kinderarts hiervoor toestemming heeft gegeven.

De verpleegkundige leert u stap voor stap hoe u sondevoeding geeft. U oefent net zo lang totdat de kinderarts én u zelf genoeg vertrouwen hebben dat u dit veilig kunt doen.

Op een checklist houden we bij welke handelingen u beheerst.

Wanneer u alles hebt geleerd en de checklist hebt ondertekend, bent u verantwoordelijk voor het veilig geven van sondevoeding thuis.

U staat er nooit alleen voor. De huisarts en verpleegkundige van de Kinderthuiszorg helpen u graag als dat nodig is.

Voedingssonde

Een voedingssonde is een buigzaam slangetje. De sonde gaat via de neus en keelholte naar de maag. Aan het uiteinde zitten kleine gaatjes waardoor de voeding in de maag stroomt.

De sonde kan zes tot acht weken blijven zitten.

1. neus

2. mond

3. luchtpijp

4. slokdarm

5. maag

6. darmen

Sondevoeding

Sondevoeding is dunne vloeibare voeding die via de sonde in de maag komt. De voeding bevat alle belangrijke voedingsstoffen zoals eiwitten, vetten, koolhydraten, vocht, vitamines en mineralen.

De kinderarts en de diëtist bepalen welke soort sondevoeding en welke hoeveelheid het beste is voor uw kind. Zij kijken daarbij ook wat haalbaar is in uw gezin.

Waarom sondevoeding?

Kinderen krijgen sondevoeding om verschillende redenen:

  • uw kind kan (tijdelijk) niet zelf eten of drinken;
  • uw kind heeft extra energie of vocht nodig;
  • er is sprake van ondervoeding;
  • sondevoeding is een aanvulling op het gewone eten.

Sommige kinderen krijgen alleen sondevoeding. Andere kinderen krijgen naast sondevoeding ook gewone voeding.

Geven van sondevoeding

Sondevoeding kan op twee manieren worden gegeven:

  • in porties met een spuit;
  • druppelsgewijs met een voedingspomp.

De arts of verpleegkundige bepaalt welke manier geschikt is. Hieronder leest u beide handleidingen.

Toediening sondevoeding in porties (met een spuit)

Benodigdheden

  • sondevoeding op lichaamstemperatuur;
  • spuit van 2,5 ml;
  • spuit van 10, 20 of 60 ml (afhankelijk van de hoeveelheid);
  • handdoek of slab;
  • pH-strips;

Stappen

  1. Vertel uw kind rustig wat u gaat doen;
  2. Leg alle spullen klaar;
  3. Was uw handen goed met water en zeep;
  4. Laat uw kind bij uw zitten, op schoot of liggen, wat het beste gaat;
  5. Leg een handdoek of slab onder het uiteinde van de sonde;
  6. Controleer altijd de ligging van de sonde:
    • kijk of de pleister goed vastzit;
    • kijk of de sonde nog op de juiste diepte zit (centimeteraanduiding);
    • u kunt een beetje maaginhoud optrekken; een melkachtige vloeistof betekent dat de sonde goed ligt;
    • twijfelt u? Doe een pH-meting
      • bij pH onder 5,5 ligt de sonde goed;
      • bij pH boven de 5,5 doet u de meting na 30 minuten opnieuw;
      • blijft de pH te hoog, geef dan geen voeding en bel de verpleegkundige van de thuiszorg.
  7. Controleer of de voeding handwarm is.
  8. Kies één van deze manieren:
    • Inspuiten: Vul de spuit, sluit hem op de sonde aan en spuit voeding langzaam in.
    • Hevelwerking: Houd de spuit iets hoger dan de maag zodat de voeding rustig inloopt. Hoe hoger de spuit, hoe sneller de voeding inloopt. Als u de spuit te laag houdt, loopt de voeding vanuit de maag terug in de spuit.
  9. Let op reacties van uw kind:
    • misselijkheid;
    • huilen of onrustig;
    • hoesten;
    • blauw worden.

Stop direct met het geven van de voeding als dit gebeurt. Controleer opnieuw de ligging van de sonde. Zit deze goed, probeer dan de rest van de voeding te geven. Laat de voeding iets langzamer inlopen. Lukt het dan weer niet goed, probeer het dan bij de volgende voeding opnieuw. Gaat het dan nog niet goed neem dan contact op met de verpleegkundige van de thuiszorg.

  1. Na de voeding spoelt u de sonde door met 3 ml lauw water. Hiermee voorkomt u dat de sonde verstopt raakt.
  2. Sluit de sonde af met het afsluitdopje en maak alle spullen schoon.

Toediening sondevoeding met een pomp (druppelsgewijs)

Benodigdheden

  • sondevoeding op kamertemperatuur;
  • toedieningssysteem;
  • sondevoedingspomp;
  • handdoek of slab;
  • water;
  • 2,5 ml spuitje;
  • pH-strips;

Stappen

  1. Vertel uw kind rustig wat u gaat doen;
  2. Leg alle spullen klaar;
  3. Was uw handen goed met water en zeep;
  4. Schud het pak goed;
  5. Plaats de sondevoedingset in het pak en hang het op;
  6. Plaats de sondevoedingsset in de pomp;
  7. Leg een handdoek of slab onder het uiteinde van de sonde;
  8. Vul het systeem en stel de juiste snelheid in;
  9. Start de pomp;
  10. Na afloop:
    • zet de pomp uit;
    • haal de set eraf;
    • spoel de sonde door met 3 ml water;
    • Sluit de sonde af met het afsluitdopje en maak alle spullen schoon.

De verzorging

Mondverzorging
Kinderen die alleen sondevoeding krijgen, maken minder speeksel aan. Daardoor hebben zij meer kans op ontstekingen of infecties.

Laat uw kind daarom:

  • drie keer per dag tanden poetsen;
  • de mond spoelen met water;
  • eventueel op suikervrije kauwgom kauwen.

Smeer de lippen in met een vettige crème, zoals vaseline.

Stimuleer mondbewegingen om de overgang naar eten makkelijker te maken. Speel mondspelletjes of laat uw kind spelen met een zachte tandenborstel.

Neusverzorging

  • Voorkom dat de sonde tegen het neusgaatje drukt;
  • Vervang pleisters als ze vies worden of loslaten;
  • Maak de neus schoon met kraanwater;
  • Maak de neusgaatjes schoon met een nat gaasje of wattenstokje;
  • Gebruik eventueel fysiologische zoutdruppels.

Soorten sondevoeding

Er bestaan verschillende soorten kant en klare sondevoeding. De arts en diëtist bepalen welke variant geschikt is.

Klaarmaken en bewaren

Als kant en klare voeding niet geschikt is, maakt u zelf voeding klaar volgens het recept van de diëtist.

Hygiëne is hierbij heel belangrijk:

  • was uw handen;
  • gebruik schone materialen;
  • was keukenspullen met heet water en afwasmiddel;
  • spoel spuiten goed schoon en vervang ze elke 24 uur.

U kunt voeding per portie klaarmaken of voor 24 uur vooruit.

Bewaar voeding in de koelkast en zorg dat er geen klontjes in zitten.

Breng voeding vlak voor gebruik op lichaamstemperatuur. Control dit door een paar druppels op de binnenkant van uw pols aan te brengen. Als u de druppels bijna niet voelt, is de temperatuur goed.

Voeding mag niet te warm zijn, dit kan de slokdarm irriteren of verbranden.

Medicijnen geven via de sonde

Sommige medicijnen kunnen via de sonde worden gegeven. Krijgt uw kind medicijnen, overleg dan met de arts of de verpleegkundige hoe u deze het best kunt geven. Vraag ook of dit vóór, tijdens of na de voeding moet.

Medicijnen geven via de sonde

Benodigdheden

  • spuitje 5 ml;
  • spuitje 10 ml;
  • spuitje voor het medicijn;
  • voorgeschreven medicijnen;
  • water voor doorspoelen;
  • pH strips.

Stappen

  1. Was uw handen met water en zeep;
  2. Maak het medicijn vloeibaar als dit mag (vermalen tussen lepels en mengen met lauw water);
  3. Trek het medicijn op in een spuit;
  4. Controleer de ligging van de sonde (zie punt 6 toediening in porties);
  5. Spoel de sonde door met 3 ml water.
  6. Zet de spuit met medicijnen op de sonde en spuit het medicijn langzaam in.
    Krijgt uw kind meerdere medicijnen? Spoel dan telkens met 3 ml water.
  7. Spoel de sonde na afloop nogmaals door met 3 ml water.
  8. Sluit de sonde af met het afsluitdopje.
  9. Maak de spullen goed schoon.

Eten en drinken naast de sondevoeding

De arts of diëtist bespreekt of uw kind naast sondevoeding ook mag eten of drinken.

Geef altijd eerst gewone voeding en daarna pas sondevoeding. Hierdoor heeft uw kind meer honger- of dorstgevoel, wat helpt bij het eten en drinken.

Mogelijke problemen

De sonde is verstopt

Oorzaken:

  • te weinig doorspuiten;
  • onvoldoende doorspoelen bij medicijnen;
  • sonde droogt uit door zonlicht.

Wat kunt u doen?

  • Probeer door te spoelen met water;
  • Gebruik hierbij een 2,5 ml spuit voor een beetje druk.

De voeding loopt niet door

  • Verander de houding van uw kind;
  • Helpt dit niet? Dan is de sonde waarschijnlijk verstopt.

De sonde is verschoven

  • Komt er een stukje van de sonde uit de neus? Schuif hem voorzichtig terug en controleer of de sonde weer in de maag zit (zie punt 6 toediening in porties);
  • Komt de sonde helemaal uit de neus? Breng hem opnieuw in zoals u dat hebt geleerd;
  • Lukt dit niet, neem dan contact op met huisarts of verpleegkundige.

Uitgebraakte sonde (via de mond)

  • Stop direct met voeden;
  • Zet eerst het dopje erop om te voorkomen dat voeding in de longen komt;
  • Trek de sonde langzaam via het neusje naar buiten.

Mogelijke problemen

Irritatie van het neusslijmvlies

  • Kan ontstaan als de sonde te strak zit;
  • Breng de sonde opnieuw in het andere neusgat in.

Misselijkheid en overgeven

Oorzaken kunnen zijn:

  • de voeding loopt te snel in;
  • te veel voeding per portie;
  • de voeding is te koud;
  • de voeding is te zwaar;
  • de maag van uw kind leegt niet snel genoeg;
  • de sonde ligt verkeerd;
  • medicijnen welke uw kind krijgt, geven misselijkheid;
  • onvoldoende hygiëne;
  • een infectie (ontsteking).

Wat kunt u doen?

  • Stop met geven van sondevoeding;
  • Laat uw kind kalmeren;
  • Zoek de oorzaak en verhelp deze;
  • Blijft uw kind overgeven? Neem contact op met de huisarts.

Diarree

Mogelijke oorzaken van diarree zijn:

  • de voeding loopt te snel in;
  • te veel voeding per portie;
  • de voeding is te koud;
  • de voeding is te zwaar;
  • de sonde ligt te diep;
  • uw kind is besmet met bacteriën;
  • de voeding is verkeerd samengesteld;
  • het maagdarmkanaal van uw kind werkt niet goed;
  • medicijnen die uw kind krijgt,
    veroorzaken diarree.

Verhelp wat u kunt en neem bij aanhoudende klachten contact op met uw huisarts.

Pijnlijke mond

  • Door te weinig speeksel kunnen irritaties of infecties ontstaan;
  • Spruw herkent u aan kleine witte vlekjes die niet weg te vegen zijn;
  • Neem contact op met de huisarts bij spruw of aanhoudende klachten.

Verslikken in de voeding

Als de sonde verplaatst is of uw kind moet overgeven tijdens het voeden, kan uw kind zich verslikken.

Uw kind kan dan:

  • hoesten;
  • benauwd worden;
  • moeilijk ademhalen;
  • blauw aanlopen.

Stop direct met voeden en neem contact op met uw huisarts.

Belangrijke telefoonnummers

Kinderthuiszorg: 088-020 07 00

Overige gegevens:

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

Tot slot

Meer informatie over het ziekenhuis vindt u op de website www.ghz.nl.

Ook kunt u dagelijks bellen naar het algemene informatienummer (0182) 50 50 50.

Disclaimer

De informatie op deze pagina is algemeen en geen behandeladvies. Volg altijd de afspraken die u met uw zorgverlener maakt. Vertalingen zijn gemaakt met vertaalsoftware en kunnen fouten bevatten. Het Groene Hart Ziekenhuis is niet aansprakelijk voor schade door mogelijke onjuistheden in deze informatie. Lees hier1 onze uitgebreide disclaimer.

Groene Hart Ziekenhuis, Locatie Gouda

Bleulandweg 10
2803 HH Gouda
0182 - 50 50 50
www.ghz.nl2

Linkjes

  1. https://www.ghz.nl/disclaimer/
  2. https://www.ghz.nl