Sondevoeding Geven Aan Uw Kind (Tot 1 Jaar)

Sondevoeding geven aan uw kind

Instructie voor ouders/verzorgers van kinderen tot 1 jaar

Inleiding

Uw kind heeft een sonde. Via deze sonde krijgt uw kind sondevoeding. In deze folder leest u wat sondevoeding is, waarom uw kind dit krijgt en hoe u sondevoeding veilig kunt geven.

U vindt hierin alle stappen, handige tips en uitleg over mogelijke problemen.

Heeft u vragen? Dan kunt u altijd terecht bij de verpleegkundige of kinderarts.

Belangrijke punten:

  • Uw kind krijgt sondevoeding via een sonde.
  • Een sonde is een buigzaam slangetje.
  • De sonde gaat via de neus naar de maag.
  • Was uw handen goed met water en zeep.
  • Volg altijd alle stappen wanneer u de sondevoeding toedient.
  • Stop direct met voeden als uw kind misselijk wordt.
  • Spoel de sonde na elke voeding door met water.
  • U kunt medicijnen via de sonde geven.
  • Vragen? Bel de Kinderthuiszorg via
    088-020 07 00.
  • Bel uw huisarts als uw kind blijft overgeven.

Het uitvoeren van een handeling met risico’s

Sondevoeding geven is een handeling met risico’s. Normaal voeren artsen en verpleegkundigen deze handeling uit.

U mag sondevoeding alleen geven als de kinderarts hiervoor toestemming heeft gegeven.

De verpleegkundige leert u stap voor stap hoe u sondevoeding geeft. U oefent net zo lang totdat de kinderarts én u zelf genoeg vertrouwen hebben dat u dit veilig kunt doen.

Op een checklist houden we bij welke handelingen u beheerst.

Wanneer u alles hebt geleerd en de checklist hebt ondertekend, bent u verantwoordelijk voor het veilig geven van sondevoeding thuis.

U staat er nooit alleen voor. De huisarts en verpleegkundige van de Kinderthuiszorg helpen u graag als dat nodig is.

Voedingssonde

Een voedingssonde is een buigzaam slangetje. De sonde gaat via de neus en keelholte naar de maag. Aan het uiteinde zitten kleine gaatjes waardoor de voeding in de maag stroomt.

De sonde kan zes tot acht weken blijven zitten.

1. neus

2. mond

3. luchtpijp

4. slokdarm

5. maag

6. darmen

Sondevoeding

Sondevoeding is dunne vloeibare voeding die via de sonde in de maag komt. Er bestaan verschillende soorten sondevoeding. Zuigelingen krijgen vaak gewone zuigelingenvoeding of afgekolfde borstvoeding door de sonde. De kinderarts bepaalt welke soort en hoeveel voeding uw kind krijgt.

Waarom sondevoeding?

Zuigelingen krijgen sondevoeding om verschillende redenen:

  • uw kindje heeft de kracht nog niet om zelf te drinken;
  • uw kind krijgt alleen sondevoeding;
  • uw kind drinkt een deel zelf via fles- of borstvoeding en krijgt de rest via de sonde.

Instructie voor het geven van sondevoeding

Benodigdheden

  • de sondevoeding op de juiste temperatuur;
  • spuit van 2,5 ml;
  • spuit van 10 ml;
  • handdoek of slab;
  • water voor het doorspoelen.

Stappen

  1. Leg alle spullen klaar;
  2. Was uw handen goed met water en zeep;
  3. Leg uw kind in de houding die voor hem/haar en u het prettigst is.
  4. Leg de handdoek of slab onder het uiteinde van de sonde;
  5. Controleer altijd de ligging van de sonde:
    • kijk of de pleister goed vastzit;
    • kijk of de sonde nog op de juiste diepte zit (centimeteraanduiding);
    • u kunt een beetje maaginhoud optrekken; een melkachtige vloeistof betekent dat de sonde goed ligt;

Twijfelt u over de ligging? Neem dan contact op met de verpleegkundige van thuiszorg.

  1. Voel of de voeding handwarm is.
  2. De voeding toedienen

U kunt de voeding op twee manieren geven:

Inspuiten:

  • vul de 10 ml spuit met voeding;
  • sluit de spuit aan op de sonde;
  • spuit de voeding langzaam in en let op de reactie van uw baby.

Hevelwerking (laten inlopen):

  • sluit een 20 of 50 ml spuit aan op de dichtgeknepen sonde en vul de spuit met voeding;
  • houd de spuit iets hoger dan de maag;
  • hoe hoger de spuit, hoe sneller de voeding inloopt;
  • houdt u de spuit te laag, dan kan de voeding teruglopen in de spuit.
    1. Let op reacties van uw kind:
      • misselijkheid/braken;
      • onrustig/huilen;
      • hoesten;
  • blauw worden.
    Stop direct met het geven van de voeding als dit gebeurt. Geef uw kindje de tijd om rustig te worden. Controleer opnieuw de ligging van de sonde. Zit die goed, probeer dan de rest van de voeding te geven. Laat de voeding iets langzamer inlopen. Lukt het weer niet goed, probeer het dan bij de volgende voeding opnieuw. Gaat het dan nog niet goed neem dan contact op met de verpleegkundige van de thuiszorg.
    1. Na de voeding spoelt u de sonde door met 1,5 ml lauw water. Hiermee voorkomt u dat de sonde verstopt raakt.
    2. Sluit de sonde af met het afsluitdopje en maak alle spullen schoon.
    3. Geef uw kind de kans om te boeren.

De verzorging

Mondverzorging

Kinderen die alleen sondevoeding krijgen, maken minder speeksel aan. Daardoor hebben zij meer kans op ontstekingen en infecties. Daarom is mondverzorging extra belangrijk.

  • Maak vóór elke voeding de binnenkant van het mondje schoon met een gaasje met lauw water;
  • Doe dit voorzichtig om braakneigingen te voorkomen;
  • Smeer de lippen in met een vettige crème, zoals vaseline.

Mondfuncties stimuleren Omdat kinderen via de sonde eten, missen bewegingen van de mond die nodig zijn om later goed te leren eten en praten. U kunt helpen door:

  • uw kindje tijdens de voeding op een fopspeen of uw pink te laten zuigen;
  • altijd eerst borst- of flesvoeding te geven als dat is toegestaan. Zo leert uw kindje ook zelf drinken.

Neusverzorging

  • Voorkom dat de sonde tegen het neusgaatje drukt;
  • Vervang pleisters als ze vies worden of loslaten;
  • Maak de neus schoon met kraanwater;
  • Maak de neusgaatjes schoon met een nat gaasje of wattenstokje;
  • Gebruik eventueel fysiologische zoutdruppels.

De voeding klaarmaken en bewaren

  • Maak de voeding klaar volgens het voorschrift van de diëtist of kinderarts;
  • Werk altijd zo schoon mogelijk: was uw handen en gebruik schone spullen;
  • Was keukenspullen af met heet water en afwasmiddel;
  • Maak de spuiten goed schoon en vervang ze elke 24 uur.

Breng voeding vlak voor gebruik op lichaamstemperatuur, ongeveer 37°C. Controleer dit door een paar druppels op de binnenkant van uw pols aan te brengen. Als u de druppels bijna niet voelt, is de temperatuur precies goed.

Voeding mag niet te warm zijn, dit kan de slokdarm irriteren of verbranden.

Medicijnen geven via de sonde

Sommige medicijnen kunnen via de sonde worden gegeven. Krijgt uw kindje medicijnen, overleg dan met de arts of de verpleegkundige hoe u deze het best kunt geven. Vraag ook of dit vóór, tijdens of na de voeding moet.

Instructie voor het geven van medicijnen via de sonde

Benodigdheden

  • spuit van 2,5 ml;
  • spuit van 10 ml;
  • spuit voor medicijnen;
  • voorgeschreven medicijnen;
  • water voor het doorspoelen.

Stappen

  1. Was uw handen goed met water en zeep;
  2. Maak het medicijn vloeibaar als dit mag (vermalen tussen twee lepels en mengen met lauw water). Gebruik hiervoor niet te veel water. Met het 10 ml spuitje kunt u ongeveer 5 tot 10 ml water toevoegen.
  3. Trek het medicijn op in een spuit.
  4. Controleer de ligging van de sonde (zie punt 5 geven van sondevoeding);
  5. Zet de spuit met medicijnen op de sonde en spuit het medicijn langzaam in. Krijgt uw kindje meerdere medicijnen? Spoel dan telkens met 1,5 ml water.
  6. Spoel de sonde na schoon met 3 ml water.
  7. Sluit de sonde af met het afsluitdopje.
  8. Maak de spullen goed schoon.

Drinken naast de sondevoeding

De arts bespreekt met u en uw kind of uw kind naast de sondevoeding ook zelf mag drinken. Geef uw kindje altijd eerst de borst of de fles en dan pas sondevoeding. Zo zal uw kindje krachtig drinken omdat het hongerig is.

Mogelijke problemen

De sonde is verstopt

Oorzaken:

  • te weinig doorspuiten;
  • onvoldoende doorspoelen bij medicijnen;
  • sonde droogt uit door zonlicht.

Wat kunt u doen?

  • Probeer door te spoelen met water;
  • Gebruik hierbij een 2,5 ml spuit voor een beetje druk.

De voeding loopt niet door

  • Verander de houding van uw kind;
  • Helpt dit niet? Dan is de sonde waarschijnlijk verstopt.

De sonde is verschoven

Neem dan contact op met de verpleegkundige van de thuiszorg.

Uitgebraakte sonde (via de mond)

  • Stop direct met voeden;
  • Trek de sonde langzaam via het neusje naar buiten;
  • Zet eerst het dopje terug op de sonde om te voorkomen dat voeding in de longen komt;
  • Neem contact op met de verpleegkundige van de thuiszorg.

Mogelijke complicaties

Irritatie van het neusslijmvlies

  • Kan ontstaan als de sonde te strak zit;
  • In overleg plaatst de thuiszorgverpleegkundige de sonde opnieuw.

Misselijkheid en overgeven

Oorzaken kunnen zijn:

  • de voeding loopt te snel in;
  • te veel voeding per portie;
  • de voeding is te koud;
  • de voeding is te zwaar;
  • de maag van uw kind leegt niet snel genoeg;
  • de sonde ligt verkeerd;
  • medicijnen die uw kind krijgt, geven misselijkheid;
  • onvoldoende hygiëne;
  • een infectie (ontsteking).

Wat kunt u doen?

  • Stop met geven van sondevoeding;
  • Laat uw kind kalmeren;
  • Zoek de oorzaak en verhelp deze;
  • Blijft uw kind overgeven? Neem contact op met uw kinderarts of de thuiszorgverpleegkundige.

Diarree

Mogelijke oorzaken van diarree zijn:

  • de voeding loopt te snel in;
  • te veel voeding per portie;
  • de voeding is te koud;
  • de voeding is te zwaar;
  • de sonde ligt te diep;
  • uw kind is besmet met bacteriën;
  • de voeding is verkeerd samengesteld;
  • het maagdarmkanaal van uw kind
    werkt niet goed;
  • medicijnen die uw kind krijgt,
    veroorzaken diarree.

Verhelp wat u kunt en neem bij aanhoudende klachten contact op met uw kinderarts.

Pijnlijke mond

  • Door te weinig speeksel kunnen irritaties of infecties ontstaan;
  • Spruw herkent u aan kleine witte vlekjes die niet weg te vegen zijn;
  • Neem contact op met de huisarts bij spruw of aanhoudende klachten. Zie voor de verzorging van de mond het kopje ‘Verzorging: mondverzorging’

Verslikken in de voeding

Als de sonde verplaatst is of uw kind moet overgeven tijdens het voeden, kan uw kind zich verslikken.

Uw kind kan dan:

  • hoesten;
  • benauwd worden;
  • moeilijk ademhalen;
  • blauw aanlopen.

Stop direct met voeden en neem contact op met uw kinderarts.

Belangrijke telefoonnummers

Kinderarts, dr. ………………

Telefoonnummer. ………………

Kinderthuiszorg: 088 020 07 00

Tot slot

Meer informatie over het ziekenhuis vindt u op de website www.ghz.nl.

Ook kunt u dagelijks bellen naar het algemene informatienummer (0182) 50 50 50.

Groene Hart Ziekenhuis, locatie Gouda

Bleulandweg 10

2803 HH Gouda

www.ghz.nl

Disclaimer

De informatie op deze pagina is algemeen en geen behandeladvies. Volg altijd de afspraken die u met uw zorgverlener maakt. Vertalingen zijn gemaakt met vertaalsoftware en kunnen fouten bevatten. Het Groene Hart Ziekenhuis is niet aansprakelijk voor schade door mogelijke onjuistheden in deze informatie. Lees hier1 onze uitgebreide disclaimer.

Groene Hart Ziekenhuis, Locatie Gouda

Bleulandweg 10
2803 HH Gouda
0182 - 50 50 50
www.ghz.nl2

Linkjes

  1. https://www.ghz.nl/disclaimer/
  2. https://www.ghz.nl