Het plaatsen van buisjes bij kinderen

Uw arts heeft samen met u besloten om trommelvliesbuisjes bij uw kind te plaatsen. In deze folder leest u wat deze ingreep inhoudt en waar u op moet letten.

Belangrijke informatie

  • Het plaatsen van buisjes in de oren kan helpen als uw kind slecht hoort.

  • De buisjes groeien er vanzelf uit na 6 tot 18 maanden.

  • Uw kind wordt volledig in slaap gebracht (narcose).

  • Na de operatie mag uw kind gewoon eten en drinken.

  • De eerste week mag er geen water in de oren komen.

  • Meestal geneest een loopoor vanzelf binnen enkele dagen. Mocht dit na 4 dagen niet het geval zijn neem dan contact op met de polikliniek.

  • Na 6 tot 8 weken belt de arts u voor controle.

  • Vragen? Bel 0182 – 50 53 241.

Geluid komt via de oorschelp en de gehoorgang in het oor. Het geluid laat het trommelvlies trillen. Achter het trommelvlies zit het middenoor. Dit is een kleine holte gevuld met lucht. De zijkanten van het middenoor zijn bedekt met een dun laagje slijm.

Het trommelvlies is verbonden met 3 kleine botjes. Deze geven de trillingen door aan het slakkenhuis. Het slakkenhuis stuurt de geluiden naar de hersenen.

Waarom plaatsen we buisjes?

Normaal gesproken zit er lucht in het middenoor. Via de buis van Eustachius loopt vocht weg naar de keel. Deze buis zorgt ook dat de luchtdruk in het oor gelijk blijft aan de luchtdruk buiten het oor. Soms werkt deze buis minder goed. Dit kan bijvoorbeeld door:

  • een allergie;

  • een verkoudheid;

  • een keel- of neusontsteking;

  • een te grote neusamandel.

Er ontstaat dan druk achter het trommelvlies. Daardoor kan vocht zich ophopen in het middenoor. Dit vocht zorgt ervoor dat uw kind minder goed hoort. Ook kan het middenoor ontstoken raken. Dit doet pijn.

Hoe ziet de operatie eruit?

  • Met een operatie kan de arts het vocht weghalen.

  • Daarna plaatst de arts kleine buisjes in het trommelvlies. Deze zorgen ervoor dat er geen ophoping van vocht ontstaat. Zo komt er minder snel opnieuw vocht of een ontsteking.

  • De buisjes vallen meestal vanzelf uit na 6 tot 18 maanden.

  • Als de klachten terugkomen, kan het nodig zijn om opnieuw buisjes te plaatsen.

Voorbereiding thuis

De folder ‘Welkom op de Kinderdagbehandeling’ geeft meer informatie over de narcose en verblijf op de afdeling. Daarnaast vindt u op www.ghz.nl/kinderdagbehandeling een voorlichtingsfilmpje over de opname en operatie. Lees de folder goed door en bekijk het voorlichtingsfilmpje samen met uw kind. Zo is uw kind goed voorbereid op de operatie.

Dag van de operatie

  • Op de dag van de behandeling melden uw kind en u zich op de afgesproken tijd bij de receptie.

  • Jullie worden naar de afdeling gebracht.

  • Uw kind krijgt een bed, een naambandje en een zetpil met paracetamol. U mag deze zetpil zelf geven.

  • Later die ochtend gaat uw kind samen met 1 van de ouders naar de operatieafdeling.

  • Uw kind mag dezelfde dag nog naar huis, als er geen problemen zijn.

Na de operatie

Let na de behandeling goed op de volgende punten:

  • Uw kind mag gewoon eten en drinken. Is uw kind misselijk? Begin dan met wat vla voordat u ander eten geeft.

  • Uw kind mag de volgende dag alweer naar school of het kinderdagverblijf.

  • De eerste week na de operatie mag er geen water in de oren komen. Zo voorkomt u een loopoor. Hierbij komt er vocht uit het oor. Na deze week mag uw kind weer douchen en zwemmen.

  • Wij raden aan om geen oordoppen tijdens het zwemmen te dragen. Heeft uw kind na het zwemmen vaak oorpijn of een loopoor? Dan is het verstandig om toch oordoppen te gebruiken. Deze koopt u bij de drogist of u laat ze op maat maken bij een audicien. Een audicien is iemand die hoortoestellen verkoopt.

  • Komt er vocht uit het oor van uw kind (loopoor)? Laat dan geen water in het oor komen. Meestal herstelt een loopoor binnen een paar dagen vanzelf. Duurt het langer dan 4 dagen? Neem dan contact op met de polikliniek KNO.

Controle

Na 6 tot 8 weken belt de arts u voor een telefonische controle. U krijgt deze afspraak mee op de dag van de behandeling.

Risico’s en problemen

Elke operatie heeft risico’s. Dat geldt ook voor het plaatsen van buisjes. Mogelijke problemen zijn:

  • misselijkheid of overgeven door de narcose;

  • loopoor, soms met een beetje bloed (dit is niet erg);

  • oorpijn;

  • tijdelijk minder goed horen;

  • draaierig gevoel;

  • oorsuizen (piep of brom in het oor);

  • soms groeit het trommelvlies niet dicht nadat de buisjes eruit zijn gevallen.

Heeft u nog vragen?

Misschien vindt u het antwoord op www.ghz.nl/veelgestelde-vragen2. Klik daarna in het overzicht op ‘KNO’. Komt u er dan niet uit? Neem dan contact met ons op.

  • Vóór de operatie: Bel op werkdagen met het Opnamebureau via 0182 - 50 52 763.

  • Na de operatie: Bel op werkdagen tussen 9.30 uur - 11.00 uur en 14.00 – 15.30 uur met de polikliniek KNO via 0182 - 50 53 244.

  • Voor spoed buiten deze tijden: Bel de Spoedeisende Hulp via 0182 - 50 53 275.

Disclaimer

De informatie op deze pagina is algemeen en geen behandeladvies. Volg altijd de afspraken die u met uw zorgverlener maakt. Vertalingen zijn gemaakt met vertaalsoftware en kunnen fouten bevatten. Het Groene Hart Ziekenhuis is niet aansprakelijk voor schade door mogelijke onjuistheden in deze informatie. Lees hier6 onze uitgebreide disclaimer.

Groene Hart Ziekenhuis, Locatie Gouda

Bleulandweg 10
2803 HH Gouda
0182 - 50 50 50
www.ghz.nl7

Linkjes

  1. tel:0182505324
  2. http://www.ghz.nl/veelgestelde-vragen
  3. tel:0182505276
  4. tel:0182505324
  5. tel:0182505327
  6. https://www.ghz.nl/disclaimer/
  7. https://www.ghz.nl