Zorgplan debulking ovariumcarcinoom

Inleiding

U bent opgenomen voor een buikoperatie omdat u mogelijk eierstokkanker heeft. In dit zorgplan leest u over het verloop van de zorg rondom uw operatie. U vindt hierin een overzicht van wat u per dag kunt verwachten.

Dit zorgplan is een beschrijving van de zorg zoals die in de meeste situaties verloopt. Het is mogelijk dat er in uw situatie zaken anders lopen. Als dit zo is, hoort u dat van de verpleegkundige. De arts en verpleegkundige bespreken alle informatie in het zorgplan met u. Mocht u behoefte hebben aan een gesprek samen met uw naaste, dan kunt u dit aangeven bij de verpleegkundige of secretaresse.

Dag van de opname

Medicijnen

• Het is heel belangrijk dat u de folder “Voorbereiding op de operatie en anesthesie” die u op de preoperatieve poli heeft ontvangen, goed leest.

• De anesthesioloog (narcotiseur) heeft afspraken met u gemaakt over het stoppen van medicijnen die u thuis gebruikt. Als u medicijnen voor uw luchtwegen gebruikt, zoals pufjes, dan moet u deze meenemen naar het ziekenhuis.

Van belang:

• Neem een actueel medicatieoverzicht en alle medicijnen die u thuis gebruikt (in de originele verpakking) mee tijdens de opnamedag.

Kleding

Wij vragen u aan te trekken:

• Een operatiejasje.

Wij vragen u uit te doen:

• Uw kleding.

• Uw ondergoed en bh.

Wij vragen u af te doen of te verwijderen:

• Alle sieraden en make-up.

• Nagellak en één kunstnagel.

• Gehoorapparaat, bril.

• Kunstgebit (u kunt een eigen bakje meenemen of aan de afdeling vragen).

Eten en drinken

• Tot zes uur vóór het tijdstip van opname mag u gewoon eten en drinken.

• Tot twee uur vóór het tijdstip van opname mag u alleen heldere dranken drinken, te weten water, thee en koffie zonder melk, heldere vruchtensappen en aanmaaklimonade.

• Binnen de laatste twee uur vóór de operatie mag u niets meer eten of drinken.

Als het ERAS-protocol op u van toepassing is (daarover heeft u dan

informatie gekregen), gelden onderstaande regels voor eten en

drinken:

• U drinkt twee-en-een-half tot uiterlijk twee uur voor de operatie twee flesjes pre-Op drank.

• Heeft u diabetes mellitus, dan moet u twee grote glazen water drinken en niet de pre-Op drank drinken.

Bewegen

Als u dat wilt, mag u de afdeling verlaten als u een eindje wilt lopen.

Overleg wel even met de verpleegkundige als u de afdeling verlaat.

Controle

Om uw bloedgroep te bepalen, wordt er bloed bij u afgenomen.

Documenten

• Uw identiteitsgegevens worden gecontroleerd bij opname.

• U krijgt een polsbandje met daarop uw naam en geboortedatum.

• Voor de opname en voor de operatie wordt één checklist gebruikt; er wordt u dan meerdere keren gevraagd naar uw gegevens.

• Als u het ERAS-protocol volgt, dan heeft u hierover informatie gekregen en de bijgeleverde folder “Het ERAS-protocol”.

• Als u ondersteuning wilt van de psycholoog, dan kunt u dit aangeven bij de verpleegkundige.

Naar huis

Als u huishoudelijke hulp nodig denkt te hebben na de operatie,

probeer dit dan zo snel mogelijk via familie of vrienden te regelen. Als

zij niet kunnen helpen, dan kunt u een aanvraag doen bij uw

gemeente via het loket WMO. U dient dit voorafgaand aan de

opname zelf te regelen. Deze procedure kan enkele weken duren.

Als er bij u een stoma is geplaatst, dan geldt het volgende:

• Er wordt gekeken of u na ontslag hulp nodig heeft bij de verzorging van het stoma.

• De stomamaterialen worden door de verpleegkundige voor u geregeld en worden afgeleverd in het ziekenhuis.

• Als u stomazorg nodig heeft, dan kan er door de transferverpleegkundige een aanvraag voor thuiszorg worden aangevraagd. Als u na de operatie nog zorg nodig heeft op het gebied van lichamelijke verzorging, dan kan er door de transferverpleegkundige eventueel een aanvraag gedaan worden naar een zorghotel of zorg thuis. Dit is alleen mogelijk als u zichzelf niet kunt verzorgen. Hiervoor is een medische indicatie noodzakelijk.

Na de operatie

Medicijnen

• U heeft een infuus gekregen. U krijgt 1.500 ml/24 uur. Het infuus wordt afgebouwd aan de hand van hoeveel u kunt drinken.

• U krijgt pijnstilling. Dit kan op twee manieren:

- via een epiduraal (slangetje in de rug) dat is ingesteld door de anesthesioloog;

- met een PCA (morfinepomp). Met de PCA kunt u zelf de dosering bepalen met behulp van een bedieningsknop.

• U krijgt medicijnen tegen de misselijkheid.

• U krijgt dagelijks laxerende medicijnen (om te zorgen dat de ontlasting op gang komt).

• De laxerende medicijnen worden gestopt één dag nadat u ontlasting heeft gehad.

Van belang:

• Geef pijnklachten tijdig aan.

• Geef misselijkheid tijdig aan.

• Geef jeukklachten tijdig aan (dit kan optreden bij het gebruik van de morfinepomp en een epiduraal).

• Gedurende vier tot zes weken moet u Fraxiparine (antistollingsmedicijn tegen trombose) injecteren. U krijgt dagelijks een injectie ter voorkoming van trombose in uw been of uw buik. De verpleegkundige zal u aanleren hoe u de injecties zelf kunt toedienen.

Kleding

• Draag gemakkelijke kleding zodat u zich gemakkelijk kunt bewegen. (Denk aan ruime en soepele kleding).

Eten en drinken

• U mag alleen licht verteerbaar voedsel eten.

• U mag alles drinken.

Als u het ERAS-protocol volgt:

• Drinkt u één flesje drinkvoeding.

• U mag alles drinken.

Bewegen

• U wordt geholpen door de verpleegkundige bij uw persoonlijke verzorging.

• Als het kan, mag u in bed ademhalingsoefeningen en kuitspieroefeningen doen.

• Als u het aankunt en -durft mag u op de rand van het bed gaan zitten.

Controle

• Uw controles worden na de operatie drie keer gemeten (elk uur vanaf de uitslaapkamer (verkoeverruimte)), daarna in de ochtend, middag en avond.

De verpleegkundige controleert drie keer per dag uw:

• Hartslag

• Temperatuur

• Zuurstofgehalte

• Bloeddruk

• Pijnscore

• Wond(en)

• De wond van uw buik wordt ‘s ochtends, ’s middags en ’s avonds gecontroleerd door de verpleegkundige.

• U heeft een blaaskatheter gekregen. ‘s Ochtends, ’s middags en ’s avonds wordt de hoeveelheid urine in de katheter bijgehouden door de verpleegkundige.

• Mogelijk hebt u een wonddrain gekregen. Deze voert overtollig bloed en wondvocht af. De wondvocht wordt dagelijks opgevangen in een drainzak en de hoeveelheid wordt bijgehouden. In overleg met de arts wordt bepaald wanneer de wonddrain wordt verwijderd.

Stomazorg

• Als u een stoma heeft gekregen, controleert de verpleegkundige het stoma.

• De stomaverpleegkundige komt bij u langs om de stomamaterialen met u door te nemen.

Dag 1

Medicijnen

• De anesthesioloog komt bij u langs om de epiduraal (slangetje in de rug) te beoordelen. Hij/zij zal aan u vragen of u pijnklachten heeft en zal aan de hand van uw comfort en eventuele pijnklachten beoordelen of de pompstand veranderd moet worden. De anesthesioloog bepaalt wanneer de epiduraal eruit mag.

• U krijgt pijnstilling.

• Het infuus mag worden verwijderd als u 1.500 ml drinkt (tien tot twaalf glazen).

• U krijgt dagelijks laxeermedicatie tot één dag nadat u ontlasting heeft gehad.

Van belang:

• Geef pijnklachten tijdig aan.

• Geef misselijkheid tijdig aan.

• Geef jeukklachten tijdig aan (dit kan optreden bij het gebruik van de morfinepomp en een epiduraal).

• U gaat starten met het zelf injecteren van de Fraxiparine. U krijgt hierover uitleg van de verpleegkundige.

Fraxiparine

• U geeft uzelf dagelijks de injectie ter voorkoming van trombose in uw been of in uw buik.

Voor u van belang:

• Als u zichzelf niet kunt of durft te injecteren, geeft u dit dan tijdig aan bij de verpleegkundige. Er kan dan eventueel een familielid of kennis worden geïnstrueerd die u de injecties kan toedienen.

• Er kan alleen op medische indicatie thuiszorg worden aangevraagd voor het toedienen van de injecties Fraxiparine. Een medische indicatie is bijvoorbeeld reuma of Multiple Sclerose (MS).

Kleding

• Draag gemakkelijke kleding waarin u zich gemakkelijk kunt bewegen.

Eten en drinken

• U mag van licht verteerbaar naar gewone maaltijden ‘toewerken’.

• Probeer 1.500 ml te drinken.

Als u het ERAS-protocol volgt, dan:

• Neemt u één flesje drinkvoeding.

• Eet u twee keer een tussendoortje.

Bewegen

• U krijgt deels hulp bij uw persoonlijke verzorging.

• Met de epiduraal en de katheter mag u van bed naar stoel en van stoel naar bed.

• Als de blaaskatheter is verwijderd en u de PCA-pomp nog gebruikt, mag u langzaam gaan bewegen (in uw kamer en eventueel ook op de gang).

• Doe ademhaling -en kuitspieroefeningen. Als bewegen moeizaam gaat, kunt u in overleg met de arts de fysiotherapeut in consult vragen.

Controle

• Er wordt bloed bij u afgenomen om de Hb (de bloedwaarde) te bepalen na de operatie.

De verpleegkundige controleert drie keer per dag uw:

• Hartslag

• Temperatuur

• Zuurstofgehalte

• Bloeddruk

• Pijnscore

• Wond(en)

• Als er minder dan 50 ml vocht in de wonddrain zit, dan mag in overleg met de arts de drain worden verwijderd.

• Als de blaaskatheter is verwijderd, dan moet u binnen vier tot zes uur geplast hebben. Daarna wordt er een echo gemaakt die meet of de blaas na het plassen voldoende leeg is.

Stomazorg

Als er bij u een stoma is geplaatst:

• Het stoma-opvangmateriaal van de operatie wordt vervangen door nieuw stomamateriaal.

• De stomaverpleegkundige zal met u het stomamateriaal doornemen om te bepalen welk materiaal u zelf prettig vindt om te gebruiken.

• Vandaag wordt aan u en of uw partner gevraagd mee te kijken met de stomazorg.

Dag 2

Medicijnen

• De anesthesioloog komt langs om de epiduraal te beoordelen. Hij/zij zal aan u vragen hoe het gaat met uw pijnklachten en zal aan de hand van uw comfort en eventuele pijnklachten beoordelen of de pompstand veranderd moet worden. De anesthesioloog bepaalt wanneer de epiduraal eruit mag.

• U krijgt pijnstilling.

• U krijgt dagelijks laxeermedicatie tot één dag nadat u ontlasting heeft gehad.

Voor u van belang:

• Geef pijnklachten tijdig aan.

• Geef misselijkheid tijdig aan.

• Geef jeukklachten tijdig aan. (Dit kan optreden bij het gebruik van de morfinepomp en een epiduraal).

Fraxiparine

• U kunt zelf de injecties toedienen tegen trombose.

Kleding

• Draag gemakkelijke kleding waarin u zich gemakkelijk kunt bewegen.

Eten en drinken

• U mag alles eten en drinken.

• Streef ernaar om 1.500 ml te drinken.

Indien u het ERAS-protocol volgt:

• Drink één flesje drinkvoeding.

• Eet twee keer een tussendoortje.

Bewegen

• U kunt zich zelfstandig verzorgen.

• Als u geen blaaskatheter en PCA-pomp meer heeft, dan mag u zelfstandig bewegen over de afdeling.

• Als de epiduraal eruit mag, dan gaat ook de blaaskatheter eruit. U mag dan langzaam gaan bewegen over de afdeling op geleide van uw pijnklachten.

• Het is belangrijk dat u ademhaling- en kuitspieroefeningen doet.

Voor u van belang:

• Ga vier tot zes keer per dag uit bed!

Controle

• Als u voldoende drinkt, wordt het infuus verwijderd.

De verpleegkundige controleert drie keer per dag uw:

• Hartslag

• Temperatuur

• Zuurstofgehalte

• Bloeddruk

• Pijnscore

• Wond(en)

• Als er minder dan 50 ml vocht in de wonddrain zit, dan mag in overleg met de arts de drain worden verwijderd.

• Als de blaaskatheter is verwijderd, dan moet u binnen vier tot zes uur geplast hebben. Daarna wordt er een echo gemaakt die meet of de blaas na het plassen voldoende leeg is.

Stomazorg

Als er bij u een stoma is geplaatst:

• U oefent hoe u het stoma moet verzorgen onder begeleiding van een verpleegkundige.

• Uw naasten krijgen uitleg over de stomazorg.

Dag 3

Medicijnen

• De epiduraal mag in overleg met de anesthesioloog worden verwijderd.

• U krijgt pijnstilling.

• U krijgt dagelijks laxeermedicatie tot één dag nadat u ontlasting heeft gehad.

• Geef pijnklachten tijdig aan.

• Geef misselijkheid tijdig aan.

Fraxiparine

• U injecteert uzelf. Vraag de verpleegkundige gerust om hulp als u daar behoefte aan heeft.

Kleding

• Draag gemakkelijke kleding, waarin u zich gemakkelijk kunt bewegen.

Eten en drinken

• U mag alles eten en drinken.

Als u het ERAS-protocol volgt, dan:

• Drinkt u één flesje drinkvoeding.

• Eet u twee keer een tussendoortje.

Bewegen

• U verzorgt uzelf.

• Het is belangrijk dat u vier tot zes keer per dag uit bed gaat.

• U mag stukjes lopen in uw kamer en over de afdeling.

Controle

De verpleegkundige controleert drie keer per dag uw:

• Hartslag

• Temperatuur

• Zuurstofgehalte

• Bloeddruk

• Pijnscore

• Wond(en)

• Daarnaast wordt u door de verpleegkundige gewogen.

Stomazorg

• Als er bij u een stoma is geplaatst, oefent u hoe u de stoma moet verzorgen onder begeleiding van een verpleegkundige.

Dag 4

Medicijnen

• U krijgt pijnstilling.

• U krijgt dagelijks laxeermedicatie tot één dag nadat u ontlasting heeft gehad.

Voor u van belang:

• Geef pijnklachten tijdig aan.

• Geef misselijkheid tijdig aan.

Fraxiparine

• U injecteert uzelf. Vraag de verpleegkundige gerust om hulp als u daar behoefte aan heeft.

Kleding

• Draag gemakkelijke kleding, waarin u zich gemakkelijk kunt bewegen.

Eten en drinken

• U mag alles eten en drinken.

Als u het ERAS-protocol volgt, dan:

• Drinkt u één flesje drinkvoeding.

• Eet u twee keer een tussendoortje.

Bewegen

• U verzorgt uzelf.

• U mag als u dat wilt de afdeling verlaten als u een eindje wilt lopen.

• Als u de afdeling verlaat, overleg dit dan wel even met de verpleegkundige.

Controle

De verpleegkundige controleert drie keer per dag uw:

• Hartslag

• Temperatuur

• Zuurstofgehalte

• Bloeddruk

• Pijnscore

• Wond(en)

Stomazorg

• Als er bij u een stoma is geplaatst, oefent u hoe u de stoma moet verzorgen onder begeleiding van een verpleegkundige.

Dag 5 tot ontslag

Medicijnen

• U krijgt pijnstilling.

• U krijgt dagelijks laxeermedicatie tot één dag nadat u ontlasting heeft gehad.

Voor u van belang:

• Geef pijnklachten tijdig aan.

• Geef misselijkheid tijdig aan.

Fraxiparine

• U injecteert uzelf. Vraag de verpleegkundige gerust om hulp als u daar behoefte aan heeft.

Kleding

• Draag gemakkelijke kleding, waarin u zich gemakkelijk kunt bewegen.

Eten en drinken

• U mag alles eten en drinken.

Als u het ERAS-protocol volgt, dan:

• Drinkt u één flesje drinkvoeding.

• Eet u twee keer een tussendoortje.

Bewegen

• U beweegt zich geheel zelfstandig.

Controle

De verpleegkundige controleert drie keer per dag uw:

• Hartslag

• Temperatuur

• Zuurstofgehalte

• Bloeddruk

• Pijnscore

• Wond(en)

Stomazorg

• U (of uw naaste) verzorgt de stoma zelfstandig.

Documenten

Als u naar huis gaat, is het mogelijk dat u het volgende meekrijgt:

• Afsprakenkaart

• Ontslagrecept

• Advies medicijnen voor bloedverdunning

• Overdracht thuiszorg

• Ontslag checklist

• Stomamateriaal (indien van toepassing)

Naar huis

Ontslagcriteria:

• De pijn is onder controle.

• Er zijn geen complicaties.

• U bent grotendeels weer mobiel.

• Eten en drinken gaat goed.

• Dat u ontlasting heeft is wenselijk, maar niet noodzakelijk.

• U hanteert de leefregels/adviezen die u heeft meegekregen van de casemanager.

Disclaimer

De informatie op deze pagina is algemeen en geen behandeladvies. Volg altijd de afspraken die u met uw zorgverlener maakt. Vertalingen zijn gemaakt met vertaalsoftware en kunnen fouten bevatten. Het Groene Hart Ziekenhuis is niet aansprakelijk voor schade door mogelijke onjuistheden in deze informatie. Lees hier1 onze uitgebreide disclaimer.

Groene Hart Ziekenhuis, Locatie Gouda

Bleulandweg 10
2803 HH Gouda
0182 - 50 50 50
www.ghz.nl2

Linkjes

  1. https://www.ghz.nl/disclaimer/
  2. https://www.ghz.nl