Inleiding
Samen met uw behandelend arts heeft u besloten dat u geopereerd wordt. Voor deze behandeling werkt het Groene Hart Ziekenhuis (GHZ) samen met het Haaglanden Medisch Centrum (HMC). Zo kunnen we onze specialistische kennis van en ervaring met de behandeling van kanker bundelen in een gezamenlijk behandelteam. De operaties vinden plaats bij het HMC Antoniushove in Leidschendam. Het voor- en natraject vindt plaats bij het GHZ.
Op deze pagina vindt u informatie over:
De voorbereiding op de operatie.
De gang van zaken op de operatiedag.
Anesthesie (narcose en verdoving).
Pijnstilling na de operatie.
Als u na het lezen van deze pagina nog vragen heeft, stelt u deze dan gerust aan uw behandelend specialist, de anesthesioloog of de verpleegkundige.
Preoperatieve polikliniek (POS)
Een goede voorbereiding op uw operatie en opname is belangrijk. Deze voorbereiding start bij de preoperatieve polikliniek (POS) van het HMC Antoniushove. De contactgegevens van deze locatie vindt u onderaan deze folder.
De voorbereiding bestaat onder andere uit een aantal gesprekken. Het doel hiervan is om in een zo vroeg mogelijk stadium uw gegevens te verzamelen en vast te leggen. Daarnaast krijgt u alle belangrijke informatie met betrekking tot de voorbereiding op uw operatie. Soms is het nodig aanvullende onderzoeken te doen en/of uw conditie te verbeteren. Dit komt uw herstel ten goede.
Bereikbaarheid preoperatieve polikliniek (POS) locatie HMC Antoniushove
De preoperatieve polikliniek vindt u op de begane grond; volg de rode route. Telefoon: 088 979 46 60. Openingstijden: maandag tot en met vrijdag van 08:00 tot 16:00 uur.
De planning van de operatiekamer (OK) gaat niet via de POS. De OK-planners van het betreffende specialisme zullen hierover zelf contact met u opnemen.
Het preoperatieve spreekuur
Er wordt voor u een afspraak gemaakt voor het preoperatieve spreekuur (POS) op locatie HMC Antoniushove in Leidschendam. De datum, tijd en exacte locatie waarop deze afspraak plaatsvindt, krijgt u samen met een vragenlijst thuisgestuurd. In deze vragenlijst worden vragen gesteld over uw gezondheid. Deze informatie gebruiken de medewerkers van de preoperatieve polikliniek en de anesthesioloog voor hun spreekuur. Het is de bedoeling dat u deze vragenlijst thuis alvast invult.
De voorbereiding verloopt over het algemeen als volgt:
- U heeft een gesprek over uw medicijn-gebruik met de apothekersassistente.
- Aan de hand van de ingevulde vragenlijst en een lichamelijk onderzoek voert u een (vraag)gesprek met een medewerker van de preoperatieve polikliniek (POS-medewerker).
- U voert een gesprek met de anesthesioloog en spreekt samen af welke anesthesietechniek zal worden gebruikt.
- Tijdens het verpleegkundig spreekuur (VSU) voert u een gesprek met de verpleegkundige.
- Eventueel volgt aanvullend onderzoek.
Alle gesprekken zijn op de preoperatieve polikliniek en worden in principe achter elkaar gepland. Als er aanvullende onderzoeken nodig zijn, kan het zijn dat u naar een andere afdeling wordt doorgestuurd. De totale duur van de gesprekken samen is minimaal 45 minuten. De daadwerkelijke duur is afhankelijk van uw situatie en gezondheidstoestand, de aard van de ingreep en de drukte op de polikliniek.
Deze preoperatieve screening is over het algemeen zes maanden geldig. Voorwaarde is wel dat er niets verandert in uw gezondheidstoestand. De screening is alleen geldig voor deze ene operatie. Moet u binnen zes maanden opnieuw worden geopereerd? Dan moet u opnieuw een screening ondergaan.
Verhinderd
Bent u verhinderd voor een gemaakte afspraak? Bel zo spoedig mogelijk met de preoperatieve polikliniek (POS) om uw afspraak af te zeggen en te wijzigen. Het ziekenhuis behoudt zich het recht de kosten bij u in rekening te brengen als u uw afspraak niet minstens 24 uur van tevoren afzegt.
Direct contact opnemen
Meestal zit er enige tijd tussen het preoperatieve spreekuur en uw operatie of ingreep. Verandert er in deze periode iets in uw gezondheidstoestand? Geef dit dan door aan de specialist die u gaat opereren en aan de preoperatieve polikliniek van het ziekenhuis waar u wordt geopereerd. Het kan namelijk gevolgen hebben voor uw behandeling.
Neem direct contact op als:
- U onder behandeling bent bij een andere medisch specialist.
- U in een binnen- of buitenlands ziekenhuis opgenomen bent geweest of als u bij een spoedeisende hulp bent geweest.
- Uw medicatiegebruik is veranderd.
- Er een verhoogde bloeddruk bij u is geconstateerd.
- U zwanger bent of denkt dit te zijn.
- Er een beschadiging en/of infectie van uw huid is opgetreden.
- U op de opnamedag of de dag ervoor koorts heeft (uw temperatuur is dan 38,5 graden of hoger) of als u last heeft van een ernstige verkoudheid. Omdat dit onnodige risico’s met zich meebrengt, kan de operatie mogelijk niet doorgaan. Meld koorts of verkoudheid aan uw specialist!
De voorbereidende gesprekken
Het preoperatief spreekuur bestaat uit een aantal gesprekken met verschillende medewerkers. Wat u tijdens deze gesprekken kunt verwachten en waar ze over gaan, leest u hierna.
Vragenlijst
Als u een afspraak bij de preoperatieve polikliniek (POS) maakt, ontvangt u van de secretaresse een vragenlijst. Hierin worden vragen gesteld over uw gezondheid. Het is de bedoeling dat u deze vragenlijst ingevuld meeneemt naar uw afspraak op de preoperatieve polikliniek.
Bij sommige patiënten is aanvullend onderzoek nodig: bijvoorbeeld een hartfilmpje (ECG) of een bloedonderzoek. Is dat bij u het geval? De secretaresse vertelt u wanneer en bij welke afdeling u dit aanvullende onderzoek kunt laten doen.
Inventarisatie medicijngebruik
Het is belangrijk dat uw behandelend arts voordat de operatie plaatsvindt, weet welke medicijnen u gebruikt. Ook van uw medicijngebruik tijdens uw opname moet hij op de hoogte zijn. Met sommige medicijnen moet u tijdig stoppen (voor de operatie). Bij andere medicijnen is het juist van belang dat u ze blijft gebruiken, ook wanneer u opgenomen bent in het ziekenhuis. Soms zijn mensen allergisch voor bepaalde medicijnen die tijdens of na de operatie worden voorgeschreven. Uw arts moet dit vooraf weten om te voorkomen dat een allergische reactie optreedt. U start daarom met een gesprek met de apothekersassistente. Deze zal de medicijnen en voorgeschreven doseringen controleren bij uw eigen apotheek. Voor het opvragen van uw gegevens zal vooraf bij u om uw toestemming worden gevraagd. U kunt dit ook zelf bij uw apotheek regelen door hiervoor een toestemmingsformulier af te geven (zie achterin deze folder). Het doel hiervan is dat het ziekenhuis over de juiste gegevens beschikt.
Doornemen van de vragenlijst en lichamelijk onderzoek
De POS-medewerker stelt u, met behulp van de door u ingevulde vragenlijst, een aantal vragen over uw gezondheid. Daarnaast voert de POS-medewerker bij u een lichamelijk onderzoek uit. Dit onderzoek bestaat uit:
- Onderzoek van hart en longen.
- Het meten van lengte, gewicht en bloeddruk.
- Het opnemen van de pols.
Gesprek met de anesthesioloog
Tijdens het bezoek aan de preoperatieve polikliniek maakt u kennis met een van de anesthesiologen. De anesthesioloog is op de hoogte van uw behandeling/operatie. Hij of zij bespreekt tijdens dit gesprek met u de narcose en/of verdoving die bij de behandeling zal worden toegepast. Meestal is deze anesthesioloog niet degene die u tijdens uw operatie zal begeleiden. De anesthesioloog die u tijdens de operatie daadwerkelijk begeleidt, kan soms redenen hebben om af te wijken van de met u afgesproken anesthesietechniek.
Welke vorm van anesthesie is voor u geschikt?
Er bestaan verschillende soorten anesthesie of verdoving. De meest bekende is de algehele anesthesie of narcose. Hierbij wordt het hele lichaam verdoofd en bent u tijdelijk buiten bewustzijn.
Bij regionale anesthesie wordt een gedeelte van het lichaam (zoals één arm, één been of het hele onderlichaam) tijdelijk gevoelloos gemaakt. Bij regionale anesthesie blijft u tijdens de operatie in principe wakker. Wel kunt u als u dit wilt een licht slaapmiddel krijgen. U ziet niets van de operatie, omdat het deel van uw lichaam dat geopereerd wordt met doeken is afgedekt. Bij een kijkoperatie is het soms mogelijk om via een monitor mee te kijken.
Welke anesthesie voor u het meest geschikt is, hangt af van het soort operatie, uw lichamelijke conditie en uw persoonlijke voorkeur. De anesthesioloog bepaalt samen met u de meest geschikte anesthesietechniek. Verderop in deze folder vindt u meer informatie over de verschillende anesthesietechnieken.
Verpleegkundig spreekuur
Tijdens het verpleegkundig spreekuur informeert de verpleegkundige u over:
- Uw opname en de gang van zaken op de operatiedag.
- Uw verblijf in het ziekenhuis en op de verpleegafdeling.
De verpleegkundige vult tijdens het gesprek een digitale vragenlijst in met gegevens die belangrijk zijn voor de opname op de verpleegafdeling. Ook noteert hij of zij de naam, het telefoonnummer en het adres van uw contactpersoon. Wij vragen u om deze gegevens mee te nemen bij uw bezoek aan de preoperatieve polikliniek (POS). De verpleegkundige kan u wanneer u dat wilt uitleg en/of informatie geven over het aanvragen van zorg thuis na de operatie.
De dag van de operatie
Voorbereiding op operatie of onderzoek
Voor een goede en veilige anesthesie is het belangrijk dat u nuchter bent voor de ingreep. Nuchter betekent dat de maag leeg is. Om te zorgen dat u nuchter bent, moet u zich aan een aantal regels houden. Als u zich hier niet aan houdt, kan de ingreep niet doorgaan omdat er complicaties kunnen optreden. Dit geldt bij alle vormen van anesthesie.
Nuchter blijven betekent voor volwassenen en kinderen zwaarder dan 5 kg:
- Tot zes uur voor het tijdstip van opname mag u gewoon eten en drinken.
- Tot twee uur voor het tijdstip van opname mag u alleen nog heldere dranken drinken (heldere dranken zijn: water, thee en koffie zonder melk, heldere vruchtensappen en aanmaaklimonade).
- Binnen de laatste twee uur voor de operatie is het absoluut niet toegestaan om iets te eten of te drinken.
Als u één of meerdere dagen voor de operatie wordt opgenomen, volg dan de aanwijzingen van de verpleegkundigen.
Voorbereiding op de operatie
- Gebruik geen nagellak en make-up.
- Doe sieraden zoals horloge, ringen en armbanden af. Om te voorkomen dat sieraden kwijt raken of gestolen worden, kunt u deze beter thuis laten.
- Verwijder piercings in de mond en/of in het operatiegebied.
- Gebruik geen bodylotion of olie op de ochtend van de operatie.
- Laat uw bril en eventueel losse gebitsonderdelen of gebitsprothese op de verpleegafdeling achter.
- In plaats van een pyjama krijgt u een operatiehemd aan. Soms wordt u geschoren op de plaats waar u geopereerd wordt.
De operatie
Het GHZ en het HMC doen er alles aan om u zo goed mogelijk op de operatie voor te bereiden. Het tijdstip van de operatie kunnen we vooraf niet precies aangeven. Wel kunnen wij u op het moment van opname een inschatting geven van het tijdstip van opereren.
Voor uw operatie brengt de afdelingsverpleegkundige van het HMC u naar het operatiecomplex. Het operatiecomplex bestaat uit drie centra:
- De holding, waar u wordt ontvangen;
- De operatiekamer, waar u wordt geopereerd;
- De verkoeverkamer, waar uw gezondheidstoestand na de operatie intensief wordt bewaakt.
De holding
Een anesthesieassistent of verkoever-verpleegkundige ontvangt u in de holding. Deze bespreekt en controleert een aantal zaken met u. Daarna wordt u aangesloten aan de monitor als extra controle voor de operatie. Ook krijgt u een infuus. Is met u afgesproken dat u regionale anesthesie krijgt, dan gebeurt dit op de holding. Hierna zult u meestal even moeten wachten tot de anesthesiemedewerker u naar de operatiekamer brengt.
De operatiekamer
In de operatiekamer maakt u kennis met het operatieteam. Dit team bestaat uit de operateur, de anesthesioloog, diens assistent de anesthesiemedewerker en vaak twee operatieassistenten. Daarnaast kunnen er arts-assistenten en co-assistenten bij uw operatie aanwezig zijn.
In de operatiekamer wordt voor uw veiligheid eerst de “time-out procedure” uitgevoerd. Hierbij moet u uw naam en geboortedatum noemen, zodat wij uw identiteit kunnen vaststellen. Ook wordt opnieuw een aantal zaken met betrekking tot uw gezondheid en de operatie besproken met u en het operatieteam. We voeren de afgesproken anesthesietechniek en de operatie pas uit als hier geen afwijkende zaken uit komen en het
voor iedereen duidelijk is welke operatie verricht gaat worden.
Rondom en tijdens de operatie blijft de anesthesioloog of de anesthesiemedewerker voortdurend bij u. Hij of zij begeleidt u en bewaakt uw gezondheidstoestand. Uw vitale functies zoals hartritme en bloeddruk houdt de anesthesioloog of de anesthesie-medewerker continu in de gaten. Als het nodig is, kan hij of zij op ieder gewenst moment tijdens de operatie de anesthesie aanpassen. Ook zorgt hij of zij dat uw vochtgehalte op peil blijft. Indien nodig kan de anesthesioloog of de anesthesiemedewerker u een bloedtransfusie geven.
De verkoeverkamer
Na de operatie brengt de anesthesioloog en/of de anesthesiemedewerker u naar de uitslaap- of verkoeverkamer. Gespecialiseerde verpleegkundigen verzorgen u hier. Zij zorgen ervoor dat u veilig en rustig bijkomt uit de narcose. Ze sluiten u bovendien opnieuw aan op de bewakingsapparatuur om uw gezondheidstoestand goed in de gaten te kunnen houden. Het is mogelijk dat u extra pijnstilling en middelen tegen de misselijkheid krijgt. Ook kunt u korte tijd extra zuurstof krijgen.
U blijft op de verkoeverkamer totdat de anesthesioloog ervan overtuigd is dat u voldoende bent bijgekomen van de anesthesie en dat uw situatie stabiel is. U kunt dan veilig terug naar de verpleegafdeling. De verpleegkundige van de afdeling krijgt al uw gegevens. Op de verpleegafdeling kunt u na overleg met de verpleegkundige weer bezoek ontvangen.
Soms is het door uw gezondheidstoestand of de aard van de ingreep nodig dat we uw vitale functies na de operatie langer bewaken. In dat geval gaat u na de operatie naar de afdeling Intensive care (IC).
Bijwerkingen van de narcose
Terug op de afdeling kunt u zich nog steeds wat slaperig voelen. Het kan ook zijn dat u misselijk bent en/of pijn voelt. Vraag de verpleegkundige gerust om medicatie. Die bepaalt in overleg met de anesthesioloog of u deze medicatie mag krijgen. Tijdens de operatie heeft er een buisje in uw keel gezeten om uw luchtweg vrij te houden. Hierdoor is het mogelijk dat uw keel “rauw” aanvoelt. Deze irritatie verdwijnt meestal binnen één tot twee dagen.
Complicaties
Ondanks alle voorzorgsmaatregelen zijn complicaties niet altijd te voorkomen. Mogelijke complicaties zijn:
- Overgevoeligheidsreacties op de toegediende medicijnen.
- Beschadiging van het gebit bij het inbrengen of verwijderen van het beademingsbuisje.
- Zenuwbeschadigingen door een ongunstige houding tijdens de operatie, waardoor tintelingen en krachtverlies in arm of been kunnen optreden.
Een ernstige complicatie is bijna altijd te wijten aan een onverwacht, ernstig voorval tijdens de operatie. Een complicatie kan ook te maken hebben met uw gezondheidstoestand vóór de operatie. Vraag de anesthesioloog of de operatie en de narcose in uw situatie bijzondere risico’s met zich mee kunnen brengen. In een enkel geval vergoedt een zorgverzekeraar extra zorgkosten als gevolg van een complicatie niet. In dat geval zijn deze extra kosten voor uw rekening.
Anesthesie is tegenwoordig zeer veilig. Moderne narcosemiddelen en de nauwkeurige bewakingsapparatuur zorgen daarvoor. De anesthesioloog, de anesthesiemedewerker en het hele operatieteam zijn bovendien goed opgeleid.
De verschillende anesthesietechnieken
Hieronder leest u meer over verschillende vormen van anesthesie die bij een operatie kunnen worden toegepast. De soort operatie, uw lichamelijke conditie en uw persoonlijke voorkeur bepalen welke anesthesietechniek we bij u inzetten.
Nuchter
Voor een goede en veilige anesthesie is het belangrijk dat u nuchter bent voor de ingreep. Nuchter betekent dat de maag leeg is. Om te zorgen dat u nuchter bent, moet u zich aan een aantal regels houden. Als u zich hier niet aan houdt, kan de ingreep niet doorgaan omdat er complicaties kunnen optreden. Dit geldt bij alle vormen van anesthesie.
Anesthesie
Anesthesie noemen we ook wel verdoving of narcose. Zo’n verdoving neemt pijn en soms het bewustzijn weg tijdens een ingreep of onderzoek. Tijdens de ingreep blijft er de hele tijd iemand van het anesthesieteam bij u. Met apparatuur bewaken we tijdens de ingreep continu uw bloeddruk, hartslag, ademhaling en de diepte van de verdoving.
Vormen van anesthesie
Er zijn verschillende soorten anesthesie. Welke soort u krijgt, hangt af van verschillende factoren. Zoals uw gezondheid, de aard van de ingreep en uw persoonlijke voorkeur. Soms combineren we twee vormen van anesthesie. Dat gebeurt vooral bij grotere ingrepen.
Algehele anesthesie (narcose)
Tijdens algehele anesthesie (narcose) bent u in een diepe slaaptoestand. Uw hele lichaam is verdoofd. U merkt en voelt daardoor niets van de ingreep. U zult zich nadien niets van de ingreep herinneren. De medicijnen die nodig zijn, dienen we toe via een infuus.
Als u slaapt, schuift de anesthesioloog een plastic buisje in uw keel. Dit is om uw ademhaling te controleren. Het buisje halen we er weer uit voordat we u wakker maken.
Bijwerkingen bij algehele anesthesie (narcose)
Ernstige bijwerkingen bij anesthesie komen zelden voor. Mogelijke bijwerkingen kunnen zijn:
- Allergische reactie
- Keelpijn
- Beschadiging van het gebit
- Slaperigheid (tot 24 uur na de ingreep)
- Misselijkheid en/of braken
- Tintelingen en krachtverlies
(zenuwschade)
- Verminderde werking anticonceptiepil
- Pijnklachten
Regionale anesthesie of verdoving
Bij deze vorm van anesthesie bent u wakker tijdens de ingreep. U ziet het operatiegebied niet, omdat er een scherm voor komt. Ziet u er tegenop de ingreep bewust mee te maken? Geef dit dan aan bij de anesthesioloog. Die geeft u via het infuus een kortwerkend slaapmiddel, waardoor u weinig of niets merkt van wat er gebeurt.
Bij spinale anesthesie merkt u na het inspuiten van de verdoving dat eerst uw benen warm worden. Later gaan ze tintelen en worden ze gevoelloos en slap. Na een aantal uur is de ruggenprik uitgewerkt en komt het gevoel en de kracht weer helemaal terug. Bij epidurale anesthesie plaatst de anesthesioloog een katheter in de rug. Een katheter is een dun slangetje. Via dit slangetje krijgt u de eerste twee tot drie dagen na de ingreep medicijnen. Die zorgen voor goede pijnstilling. Deze vorm van anesthesie kan ook gegeven worden als pijnstilling rondom een bevalling.
- Onvoldoende verdoving (u krijgt dan extra medicijnen en in sommige gevallen alsnog algehele narcose)
- Lage bloeddruk
- Benauwdheid en/of moeizame ademhaling
- Moeizaam plassen
- Rugpijn
- Hoofdpijn na een ruggenprik
Deze hoofdpijn wordt heviger bij het overeind komen en minder als u plat ligt. Soms bent u hierbij ook misselijk. Meestal verdwijnt de hoofdpijn binnen enkele dagen vanzelf. Dit gaat vaak sneller als u rust neemt. Veel water of cafeïne houdende dranken drinken helpt ook goed. Zijn de klachten zo hevig dat u in bed moet blijven? Houden de klachten langer dan vier dagen aan? Neem dan contact op met de afdeling anesthesiologie.
Pijnbestrijding na de operatie
Pijn na de operatie
Veel mensen zijn bang voor pijn na een operatie. Pijn na een operatie kan uw genezingsproces ook nadelig beïnvloeden. Daarom doen we er alles aan om (eventuele) pijnklachten zo goed mogelijk te bestrijden. Goede pijnbestrijding heeft veel voordelen. Wanneer u minder pijn heeft na de operatie, kunt u beter slapen en, afhankelijk van de operatie, ook sneller weer normaal eten en drinken. Het hart en de longen functioneren beter. U bent minder moe en heeft meer energie. Dit alles helpt om sneller te herstellen.
Binnen ons ziekenhuis zijn afspraken gemaakt over de behandeling van pijn na een operatie.
Heeft u op meerdere plaatsen pijn? Dan kunt u het beste uitgaan van de pijn die u als ergste ervaart. Het gaat hierbij meestal om pijn die is ontstaan na de operatie. Sommige mensen hebben pijn op bepaalde momenten en hebben op andere momenten juist niet of nauwelijks klachten. Denk aan pijn bij bewegen, hoesten of diep doorademen die u op andere momenten niet voelt. Geef het aan bij de verpleegkundige als dit bij u het geval is.
Pijnstilling
Afhankelijk van de operatie kijkt de anesthesioloog welke pijnstilling er nodig is na de operatie. Vaak kiezen we voor een combinatie van methoden.
Om de pijn te bestrijden krijgt u op vaste tijdstippen Paracetamol en soms ook Diclofenac (Voltaren). Dit is de gebruikelijke pijnmedicatie in ons ziekenhuis.
Wij raden u aan om deze medicijnen in te nemen, ook als u op dat moment niet veel pijn ervaart! Het gebruik van pijnstillers op vaste tijden geeft een continu pijnstillend effect en vormt daarbij de basis van de pijnbehandeling.
Soms is het nodig om naast deze standaard pijnmedicatie nog een andere vorm van pijnstilling toe te passen.
Die kan bestaan uit:
- Pijnstillers via een infuus of een injectie onder de huid die vier tot zes keer per dag gegeven mogen worden als de pijnscore hoger is dan 4.
- Pijnstillers die we continu toedienen via een epidurale katheter: een dun slangetje dat door middel van een ruggenprik in de rug wordt geplaatst.
- Pijnstillers via een PCA-pomp: een pijnbehandeling via een infuus waarbij u zelf op een veilige manier uw pijnstilling kan doseren.
- Pijnstillers die we via een zenuwblokkade toedienen.
Het is belangrijk dat u meldt of de pijnstillers goed of juist niet goed helpen. Dan kunnen we zo nodig de dosering of het soort pijnstilling veranderen. Ook is het belangrijk dat u eventuele allergieën duidelijk meldt bij het opnamegesprek.
De verpleegkundigen en artsen op de verpleegafdelingen streven naar een optimale pijnbehandeling. Mocht u hierover vragen hebben, dan kunt u zich richten tot de verpleegkundige van de afdeling.
Belangrijkste punten van deze folder:
- Zorg vóór de afspraak op het preoperatief spreekuur voor toestemming bij uw thuisapotheek om medicatiegegevens uit te wisselen met het ziekenhuis. U vindt het toestemmingsformulier achter in deze folder. Neem ook een actueel medicatieoverzicht mee naar uw afspraak.
- Een goede voorbereiding op de operatie en opname is belangrijk. Tijdens het preoperatief spreekuur worden uw relevante gegevens verzameld en wordt u onderzocht, om onveilige situaties tijdens de operatie en/of opname waar mogelijk te voorkomen.
- Er zijn verschillende soorten van anesthesie of verdoving. Welke anesthesie voor u het meest geschikt is, hangt af van het soort operatie, uw lichamelijke conditie en uw persoonlijke voorkeur.
Contact opnemen
Verandert er in de wachttijd tot de ingreep iets in uw gezondheidstoestand of medicijngebruik? Heeft u overige vragen?
Dan kunt u op werkdagen tussen 08.00-16.00 uur bellen met de preoperatieve screening (anesthesie) op 088 979 46 60.1
Operatieplanning
Heeft u vragen over de operatieplanning, neem dan contact op met bureau opname 088 979 46 822.
Dag van de ingreep
Heeft u koorts of last van ernstige verkoudheid op de dag van de ingreep? Geef dit dan door aan uw behandelend arts. Deze overlegt met de anesthesioloog. Soms wordt de ingreep uitgestel.
Contactgegevens Haaglanden Medisch Centrum (HMC)
Locatie Antoniushove
Burgemeester Banninglaan 1
2262 BA Leidschendam
(088) 979 79 003
www.haaglandenmc.nl4
Overzicht belangrijke afspraken voor de operatie
Kruis aan wat voor u van toepassing is.
Medicijnen:
U moet al uw medicijnen tot twee uur voor de operatie blijven gebruiken, behalve de volgende:
☐ Zie aantekeningen van de anesthesioloog op uw medicatielijst.
☐ Naam medicijn
Stoppen: ________ dag(en) voor de operatie.
☐ Naam medicijn
Stoppen: ________ dag(en) voor de operatie.
☐ Naam medicijn
Stoppen: ________ dag(en) voor de operatie.
Afgesproken anesthesietechniek:
- ☐ spinaal anesthesie
- ☐ subtenon anesthesie
- ☐ lokaal anesthesie
- ☐ intraveneuze
regionaal anesthesie
☐ gecombineerde spinale-epidurale anesthesie
Nuchter zijn:
Voor de operatie moet u nuchter zijn (niet meer eten en drinken). Dit om braken tijdens de operatie te voorkomen. Dit geldt voor alle anesthesietechnieken, tenzij anders door de anesthesioloog met u afgesproken.
Volwassenen en kinderen zwaarder dan 5 kg:
- Tot zes uur vóór het tijdstip van opname mag u gewoon eten en drinken.
- Tot twee uur vóór het tijdstip van opname mag u alleen nog drinken, toegestaan zijn: water, thee en zwarte koffie, heldere vloeistof zonder koolzuur. Drink geen melkproducten!
- Binnen de laatste twee uur vóór de operatie is het absoluut niet toegestaan iets te eten of te drinken.
☐ Specifieke afspraken over nuchter zijn (indien van toepassing):
____________________________________________
____________________________________________
____________________________________________
Antistolling:
☐ U komt 1 dag voor de operatie voor een injectie met het antistolling medicijn (fraxiparine).
Voor de operatie dient u:
- Geen nagellak en make-up te gebruiken.
- Draagt u kunstnagels of gelnagels? Haal de nagel er dan bij één vinger vanaf. De zorgverlener wil de natuurlijke kleur van uw huid en nagels beoordelen.
- Sieraden zoals horloge, ringen en armbanden af te doen. Om te voorkomen dat sieraden kwijtraken of gestolen worden, kunt u deze beter thuis laten.
- Piercings in de mond en/of het operatiegebied te verwijderen.
- Geen bodylotion of olie te gebruiken op de ochtend van de operatie.
- Draag geen contactlenzen. Laat uw
- bril, gehoorapparaat en eventueel losse gebitsonderdelen of gebitsprothese op de verpleegafdeling achter.
- Draag geen haarprothese.
- Houd uw oogprothese in. Vermeld wel dat u een oogprothese hebt en ook aan welke kant.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is algemeen en geen behandeladvies. Volg altijd de afspraken die u met uw zorgverlener maakt. Vertalingen zijn gemaakt met vertaalsoftware en kunnen fouten bevatten. Het Groene Hart Ziekenhuis is niet aansprakelijk voor schade door mogelijke onjuistheden in deze informatie. Lees hier5 onze uitgebreide disclaimer.
Groene Hart Ziekenhuis, Locatie Gouda
Bleulandweg 10
2803 HH Gouda
0182 - 50 50 50
www.ghz.nl6
Linkjes
- tel:0889794660
- tel:0889794682
- tel:0889797900
- http://www.haaglandenmc.nl
- https://www.ghz.nl/disclaimer/
- https://www.ghz.nl