Inleiding
Uw arts of verpleegkundige specialist (VS) heeft in overleg met u besloten om uw wond te behandelen met VAC-therapie. VAC is een afkorting voor Vacuüm Assisted Closure, wat staat voor ‘vacuümgeassisteerde wondbehandeling’. Bij VAC-therapie wordt gebruikgemaakt van een nauwkeurig instelbare onderdruk (vacuüm), waardoor de wondgenezing versneld wordt. Dit wordt ook wel ‘negatievedruktherapie’ genoemd. Deze folder geeft algemene informatie over VAC-therapie. Het is belangrijk dat u zich realiseert dat de situatie bij iedereen anders kan zijn.
VAC-therapie
De VAC-therapie zorgt ervoor dat:
- de wond gereinigd wordt;
- er een wondomgeving ontstaat, die genezing bevordert;
- de wondranden naar elkaar toe groeien;
- overtollig wondvocht afgevoerd wordt;
- de doorbloeding van de wond gestimuleerd wordt.
De duur van deze behandeling hangt af van de grootte en diepte van de wond.
Uw behandelend arts of verpleegkundig specialist bepaalt wanneer de wond voldoende is genezen om te kunnen stoppen met de VAC-therapie. Vervolgens wordt met u besproken wat de volgende stap zal zijn in de wondzorg.
VAC-systeem
Bij VAC-therapie wordt een VAC-systeem gebruikt, dat bestaat uit een pomp, een slang en een opvangbeker. De pomp wordt door een computer gestuurd en zorgt voor een onderdruk.
Als het VAC-systeem ingeschakeld wordt, ontstaat er vaak een licht trekkend gevoel.
Dit gevoel verdwijnt meestal na tien tot vijftien minuten.
Een VAC-pomp bestaat uit verschillende onderdelen:
- VAC-unit: dit is de pomp die voor de druk zorgt.
- TRAC-pad: dit is de afzuigslang waarmee de pomp de druk op de wond controleert en het wondvocht afvoert naar de opvangbeker.
- Wond met Granufoam: zwarte foam of in sommige gevallen witte foam.
Afbeelding1: Weergave aangelegde VAC-pomp.
Aan de pomp zit een opvangbeker waarin het wondvocht opgevangen wordt. Deze beker is door middel van een doorzichtige slang verbonden met het foamverband. Dit verband neemt het wondvocht goed op en wordt in de wond aangebracht en afgedekt met een doorzichtig klevend folie. De folie zorgt ervoor dat de wond luchtdicht is afgedekt. Aan het einde van de folder is een verkorte handleiding bijgevoegd van de VAC-pomp.
Het foamverband moet regelmatig verschoond worden. In overleg met de arts of VS wordt besloten hoe vaak dit gebeurt; meestal is dit twee keer per week. Het is echter ook mogelijk dat u tijdens de VAC-therapie naar huis mag. Dan zal het foamverband bij u thuis verwisseld worden door een verpleegkundige, of u komt hiervoor terug op de polikliniek. Deze verbandwisselingen worden soms als onprettig en/of pijnlijk ervaren. Voor de verbandwissel kan daarom pijnmedicatie gegeven worden.
Hoe lang heeft u VAC-therapie nodig?
Hoe lang u de therapie nodig heeft, is afhankelijk van de grootte van de wond en van hoe snel de wond geneest. Dit wordt goed in de gaten gehouden door de wondconsulent, de verpleegkundig specialist en uw behandelend specialist.
Lopen
Het is belangrijk dat u na een operatie weer gaat bewegen; dit voorkomt complicaties.
Heeft de arts gezegd dat u mag mobiliseren (bewegen), dan kunt u gewoon met de VAC lopen.
Douchen
Tijdens de VAC-therapie kunt u douchen. Het folie over de wond is waterdicht. De unit mag echter niet nat worden. De slang moet tijdens het douchen worden afgeklemd. Dit betekent dat de therapie tijdelijk wordt onderbroken. Door het douchen kan de folie loslaten. Het is daarom gewenst dat u doucht op de dagen waarop de verbandwissel plaatsvindt.
Voeding
Patiënten die in een ziekenhuis liggen, hebben vaak minder eetlust. Misschien geldt dat ook voor u. Toch is het belangrijk dat u goed eet; dit bevordert namelijk de wondgenezing.
Tijdens de VAC-therapie wordt wondvocht weggezogen waar ook eiwitten in zitten die u goed zou kunnen gebruiken. Het is daarom belangrijk om goed te eten en eventueel een dieet met extra eiwitten te volgen.
Alarm
Het VAC-systeem geeft hoorbare en zichtbare alarmsignalen die de aard van het alarm beschrijven. Deze alarmen kunnen nodig zijn om u een veilige en optimale VAC-therapie te bieden.
Welke alarmen kunt u verwachten?
- De opvangbeker is vol;
- stop de therapie;
- vervang de opvangbeker;
- start de therapie opnieuw.
- Onvoldoende vacuüm;
- controleer het wondverband op lekkage (plak zo nodig folie bij);
- controleer of de T.R.A.C.®-connector correct gesloten is;
- controleer of de opvangbeker goed geplaatst is.
- Blokkade;
- controleer of de slangklemmen open staan;
- controleer of de slangen niet geknikt of bekneld zijn;
- Batterij bijna leeg;
- sluit het systeem aan op het lichtnet
- Geen therapie;
- controleer of het systeem aan staat;
- controleer of de batterij gevuld is; bij lege batterij: sluit het systeem aan op het lichtnet om de batterij opnieuw op te laden.
- Therapie-niet-actief alarm;
- het systeem alarmeert wanneer de vacuümtherapie langer dan vijftien minuten niet wordt uitgeoefend. Als het systeem (powerknop) niet is ingeschakeld, is dit alarm niet actief.
Complicaties VAC-therapie
Bij V.A.C.®-therapie kunnen de volgende complicaties optreden:
- infectie;
- pijn;
- lek in de afdichting: wondverband is niet vacuüm.
Vergelijkbare complicaties kunnen optreden wanneer het therapiesysteem defect raakt.
Infectie
Infectie van de wond kan gevaarlijk zijn. De wond moet dan ook regelmatig op infecties worden gecontroleerd. Als de wondbedekker de wondbodem niet raakt, kan zich daaronder vocht ophopen. Hierdoor kan een infectie of abces ontstaan.
Een wondinfectie uit zich door warmte in het wondgebied, (koorts), pijn, roodheid, zwelling,
jeuk, huiduitslag, pusafscheiding en sterke geur. Daarnaast; misselijkheid, braken, diarree, hoofdpijn, pijnlijke keel met slijmvlieszwelling en desoriëntatie. Ook kan een lage bloeddruk een bijkomend verschijnsel zijn van ernstige infecties. Wanneer u deze symptomen herkent en een infectie vermoedt, neem dan contact op met het Wond Expertise Centrum van het Groene Hartziekenhuis.
Pijn door vacuümtherapie
Bij de start van de vacuümtherapie kan de wond pijnlijk zijn. Deze pijn verdwijnt na tien tot vijftien minuten.
Pijn kan worden voorkomen door te starten met een lage druk en door deze druk vervolgens (met lage intensiteit) geleidelijk op te bouwen tot de gewenste druk. Eventueel kan overgestapt worden van een polyurethaan wondbedekker (zwarte foam) naar een polyvinyl-alcohol wondbedekker (witte foam).
Ook het verwijderen van de wondbedekker kan pijnlijk zijn. Dit kan worden voorkomen of
verminderd door het vacuüm te stoppen, de wondbedekker te bevochtigen, vijftien tot dertig minuten te wachten en daarna het verband te verwijderen.
Verder kunnen de wondranden van geïnfecteerde wonden door de zwelling gevoelig zijn. Adequate pijnstilling tijdens de verbandwisseling is dan van belang.
Een lek in de afdichting
Een lek in de afdichting maakt dat de vacuümtherapie niet effectief is; dit kan vochtophoping in de wond veroorzaken. Dit laatste kan weer leiden tot lekkages en infecties.
Een lek in de afdichting kan veroorzaakt worden door een gaatje, inadequaat dakpansgewijs afplakken of door kreukels.
Het lek kan worden gedicht door de folie goed rond de wond en de drain aan te drukken. Waar nodig kan extra folie worden geplakt.
Als bovenstaande niet genoeg effect heeft, moet het verband worden verwisseld.
Bij een luchtlekkage geeft het systeem een alarm en staat in het scherm welke stappen
ondernomen kunnen worden om het alarm uit te schakelen.
Defect therapiesysteem
Een defect therapiesysteem kan complicaties veroorzaken die vergelijkbaar zijn met een
onderbroken therapie of een lek in de afdichting.
Als het systeem defect is en er niet binnen twee uur een vervangend systeem aanwezig is, moet het verband worden verwijderd. De VAC-therapie wordt dan tijdelijk onderbroken. In de tussentijd moet de wond worden verbonden. Voor advies hierover neemt u in principe in eerste instantie contact op met de thuiszorg en hierna eventueel zo nodig met het Wond Expertise Centrum van het Groene Hart Ziekenhuis.
Algemene informatie over het GHZ
Voor informatie over het Groene Hart Ziekenhuis (GHZ) kunt u terecht op onze internetsite: www.ghz.nl.
Ook kunt u bellen naar het algemene
informatienummer: (0182) 50 50 50.
Vragen?
Als u vragen heeft of problemen ondervindt met de VAC-pomp, neem dan
in eerste instantie telefonisch contact op met de thuiszorgorganisatie die de zorg bij u levert.
Daarnaast kun u bij het Wond Expertise Centrum van het Groene Hart Ziekenhuis terecht, via telefoonnummer:
(0182) 50 50 50, doorkiesnummer 3266.
Het Wond Expertise Centrum van het Groene Hart Ziekenhuis is bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8:00 tot 16:00 uur. Buiten kantoortijden kunt u contact opnemen met de Spoedeisende Hulp, via telefoonnummer: ( 0182) 50 53 27.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is algemeen en geen behandeladvies. Volg altijd de afspraken die u met uw zorgverlener maakt. Vertalingen zijn gemaakt met vertaalsoftware en kunnen fouten bevatten. Het Groene Hart Ziekenhuis is niet aansprakelijk voor schade door mogelijke onjuistheden in deze informatie. Lees hier onze uitgebreide disclaimer.