Liesbreuk bij uw kind: informatie over de operatie
Deze folder geeft informatie over de water- of liesbreukoperatie van uw kind. U leest hier wat er voor, tijdens en na de operatie gebeurt. Het is belangrijk om te weten dat de situatie van uw kind anders kan zijn. Deze folder geeft een algemeen beeld en is niet compleet. Ga altijd in gesprek met uw arts voor meer informatie en om uw vragen te bespreken. Waarom een operatie De oorzaak van een water- of liesbreuk ontstaat al tijdens de zwangerschap. Bij een ongeboren baby ontstaat er in de lies een uitstulping van het buikvlies. Dit heet het lieskanaal.
Bij jongens gaan de zaadbal en de -streng via dit kanaal van de buik naar de balzak. Bij meisjes zit in dit kanaal de band die de baarmoeder ophangt aan de grote schaamlip.
Normaal gesproken verdwijnt deze uitstulping na de geboorte, omdat het kanaal dichtgaat.
- Waterbreuk: als de uitstulping niet helemaal dichtgaat en er vocht komt rond de zaadbal, is er sprake van een waterbreuk.
- Liesbreuk: als de uitstulping helemaal open blijft, kan er vocht of zelfs een stukje darm in de uitstulping komen. Dit noemen we een liesbreuk. Liesbreuken komen vaker voor bij jongens dan bij meisjes.
Klachten
Gelukkig hebben de meeste kinderen met een water- of liesbreuk weinig last. U ziet dan een bult in de lies, die soms weg te drukken is. Soms heeft uw kind pijn in de lies, of is het misselijk of geeft het over. Soms, vooral bij heel jonge kinderen, kan een stukje darm in de liesbreuk knel komen te zitten. Dit is erg pijnlijk en de bult is dan niet meer weg te drukken.
De operatie
Een chirurg doet de operatie. Is deze nog in opleiding? Dan gebeurt dit onder leiding van een ervaren chirurg. Er is altijd een team van gespecialiseerde verpleegkundigen en andere medewerkers aanwezig om de chirurg te helpen.
Tijdens de operatie:
- De chirurg maakt een klein sneetje in de lies van uw kind;
- Bij een water- of liesbreuk zoekt de chirurg de opening van de uitstulping en maakt deze dicht;
- Eerst kijkt de chirurg of er iets in de uitstulping zit, zoals een stukje darm. Als dat het geval is, brengt de chirurg deze terug naar de buikholte;
- De chirurg maakt de snee dan dicht
met hechtingen die vanzelf oplossen.
Mogelijke complicaties Zoals bij elke operatie, zijn er ook bij deze operatie kleine risico's.
- Bloeduitstorting: soms ontstaat er na de operatie een blauwe plek (bloeduitstorting) in de lies. Dit is onschuldig en geneest vanzelf
- Liesbreuk komt terug: de kans dat de liesbreuk na de operatie terugkomt is klein. Maar er is wel een kleine kans dat later blijkt dat er aan de andere kant ook een liesbreuk zit die al bij de geboorte aanwezig was.
Naar huis na de operatie
Na de operatie is een controleafspraak bij de arts meestal niet nodig. U krijgt, als dat nodig is, medicijnen mee naar huis. Tips voor thuis na de operatie Activiteiten:
- Kinderen voelen zelf goed aan wat ze wel en niet kunnen. Meestal hebben ze weinig pijn en kunnen ze na een paar dagen weer naar school.
- Laat uw kind de eerste week niet fietsen, zwemmen, sporten of spelen in de zandbak.
Eten en drinken:
- Na de operatie heeft uw kind waarschijnlijk weinig eetlust. Dit komt vanzelf weer terug. Probeer uw kind wel te laten drinken en kleine beetjes te laten eten.
- Uw kind kan misselijk zijn door de narcose. Plat liggen helpt vaak. Als uw kind veel moet overgeven, neem dan contact op met het ziekenhuis.
Pijn:
- Ieder kind ervaart pijn na een operatie en narcose anders. U krijgt pijnstillers mee. Als deze niet werken of de pijn erger wordt, neem dan contact op met het ziekenhuis.
- Geef uw kind géén aspirine. Dit kan bloedingen veroorzaken.
Koorts:
- Lichte verhoging (tot 38,5 °C) is normaal na een operatie. Stijgt de koorts, neem dan contact op met het ziekenhuis.
Wondverzorging:
- Uw kind mag de dag na de operatie kort douchen of in bad. Na een paar dagen kan dat weer zoals normaal.
- Laat de pleister los? Dan hoeft u er meestal geen nieuwe op te plakken.
Bel direct het ziekenhuis als uw kind:
- Koorts heeft van 38,5°C of hoger;
- Een wond heeft die roder, warmer en dikker wordt, een vieze geur heeft of meer pijn doet of waar pus uitkomt;
- Plotseling veel moeilijker gaat ademhalen.
Telefoonnummers:
- Behandelend specialist: (0182) 50 58 78 (maandag tot en met vrijdag, 8.30 – 11.00 uur en 13.30 – 15.30 uur);
- Spoedeisende Hulp: (0182) 50 53 27 (buiten polikliniek openingstijden en bij acute problemen).
Meer informatie over de afspraak met de
anesthesioloog en de afdeling kinderdagbehandeling
Lees dan de folder Welkom op de afdeling Kinderdagbehandeling.
Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Stel deze dan aan de polikliniek assistent chirurgie. Deze geeft u graag antwoord. Bel naar (0182) 50 58 78 (maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 11.00 uur en van 13.30 tot 15.30 uur).
Algemene informatie over het GHZ
Voor informatie over het ziekenhuis kijkt u op www.ghz.nl. Ook kunt u bellen naar het algemene nummer 0182 50 50 50.
Groene Hart Ziekenhuis, Locatie Gouda
Bleulandweg 10
2803 HH Gouda
Disclaimer
De informatie op deze pagina is algemeen en geen behandeladvies. Volg altijd de afspraken die u met uw zorgverlener maakt. Vertalingen zijn gemaakt met vertaalsoftware en kunnen fouten bevatten. Het Groene Hart Ziekenhuis is niet aansprakelijk voor schade door mogelijke onjuistheden in deze informatie. Lees hier onze uitgebreide disclaimer.