Inleiding
Allergie: hoe zit het ook alweer? Kinderen kunnen last hebben van contact met stoffen die eigenlijk onschuldig zijn. Deze stoffen noemen we dan ‘allergenen’. Ze kunnen klachten geven die lijken op verkoudheidsklachten zoals een loopneus of een verstopte neus, niezen, jeuk en/of tranende ogen en benauwdheid. Dit kan veroorzaakt worden door inademing van stuifmeel (bijvoorbeeld pollen van grassen of bomen), stof (uitwerpselen van huisstofmijt) of huidschilfers van dieren.
Hoe ziet de behandeling eruit?
De behandeling van allergie bestaat uit drie stappen:
Het zo veel mogelijk vermijden van de stof, die allergische klachten veroorzaakt (bijvoorbeeld stofarm maken van de slaapkamer en bij 60 graden wassen van beddengoed, tegen huisstofmijt);
Het onderdrukken van de allergische klachten met medicijnen;
Het volgen van een kuur met de stof die de allergische klachten veroorzaakt op een manier die het immuunsysteem afleert hierop te reageren. Dit wordt ‘immunotherapie’ genoemd.
Hoe verloopt immunotherapie?
Door het allergeen op regelmatige en gecontroleerde basis toe te dienen, kunnen we het immuunsysteem langzaam laten wennen, waardoor de ernst van de allergische reactie op termijn zal afnemen (dit noemen we tolerantie). Dat moet dan wel gedurende een langere periode (minimaal drie jaar) gebeuren; anders neemt de tolerantie weer af. We kunnen dit op 2 manieren doen: middels maandelijkse onderhuidse injecties (= subcutane immunotherapie) of via dagelijkse inname van smelttabletten onder de tong (= sublinguale immunotherapie). Zie voor verdere uitleg hieronder.
Voor wie is immunotherapie geschikt?
Voor kinderen met een allergie voor boompollen, graspollen of huisstofmijt, die veel klachten hebben ondanks het gebruik van medicijnen. Of voor kinderen die problemen hebben met innemen van de medicatie, bijvoorbeeld door bijwerkingen.
Subcutane immunotherapie
(beschikbaar vanaf de leeftijd van 5 jaar):
De injectiekuur wordt altijd gestart in een relatief klachtenvrije periode, bijvoorbeeld voor hooikoortspatiënten ruim voor het pollenseizoen, dus in september of oktober.
De injectiekuur bestaat uit twee fasen:
de instelfase;
onderhoudsfase.
In de instelfase wordt er elke week een onderhuidse injectie gegeven in de bovenarm. De hoeveelheid allergeen in de injectie wordt in de instelfase wekelijks opgehoogd, totdat na ongeveer drie maanden de hoogste dosering is bereikt.
Daarna gaat de behandeling over in de onderhoudsfase, waarbij iedere maand een injectie wordt gegeven gedurende ten minste drie jaar. De injecties worden gegeven op de polikliniek kindergeneeskunde
Bij ieder bezoek worden van tevoren de reactie op de vorige injectie en de algemene conditie besproken. Ook worden de longen en de prikplaats gecontroleerd.
De injectie kan niet worden gegeven als het kind ziek of grieperig is. Ook is het belangrijk om veranderingen in medicatie en recente of geplande vaccinaties door te geven. De week voor en na een vaccinatie mag geen injectie voor immunotherapie worden gegeven. Na de injectie moet altijd minimaal dertig minuten gewacht worden in de nabijheid van de arts, om te zien of er een allergische reactie optreedt (zie ook bijwerkingen). De eerste uren na de injectie mag er geen zware lichamelijke inspanning worden verricht.
Sublinguale immunotherapie
(beschikbaar vanaf de leeftijd van 12 jaar)
Alleen de eerste (of eerste twee) tabletten worden op de poli kindergeneeskunde gegeven. Dit omdat goede instructie erg belangrijk is en sommige kinderen toch wat jeuk in hun mond krijgen. Dan kan ter plaatse bekeken worden wat hieraan gedaan kan worden. Daarna mogen de tabletten thuis worden ingenomen. Dit is zo afgesproken, omdat de kans op bijwerkingen nog veel kleiner is dan met injecties.
Voor een succesvolle behandeling is het belangrijk dat de tabletten in de thuissituatie dagelijks op de juiste manier worden ingenomen. Ook deze de behandeling duurt ten minste drie jaar.
Wat mag je verwachten van het effect?
Vaak is er in het eerste seizoen na het starten van de immunotherapie al een vermindering van klachten merkbaar. In het tweede en derde jaar wordt vaak nog een verdere verbetering gezien. Er is echter vooraf geen zekerheid te geven over het uiteindelijke effect. Dat kan variëren van minder klachten bij dezelfde hoeveelheid medicijnen tot helemaal geen klachten zonder medicijnen. Helaas zijn er ook mensen bij wie immunotherapie helemaal niet helpt, dit wordt doorgaans al in het 1e jaar duidelijk en daarom wordt er aan het einde van dat jaar samen met de arts bekeken of de behandeling moet worden gecontinueerd.
Bijwerkingen
De meest voorkomende bijwerkingen van de subcutane methode zijn zwelling, jeuk of roodheid op de plaats van de injectie.
Dit is vaak goed te verhelpen met een zalf of anti-allergietablet (antihistaminicum) en naarmate de injecties vaker zijn gegeven, nemen de klachten geleidelijk af. In zeldzame gevallen treedt kort na injectie een ernstige reactie op met benauwdheid en/of bloeddrukdaling. Dit komt gelukkig zelden voor, maar is wel de reden waarom het kind na de injectie altijd minimaal een half uur moet blijven. Zodra uw kind zich niet lekker gaat voelen of klachten krijgt van huid, neus, ogen of longen, moet u dat laten weten. Er worden dan snel medicijnen gegeven om de allergische reactie tegen te gaan. Het komt zelden voor dat een paar uur na de injectie klachten ontstaan, mocht dit toch optreden adviseren wij u direct contact op te nemen met de behandelend arts.
De behandeling met de smelttabletten wordt in de regel goed verdragen. We zien tijdens de eerste vier tot zes weken echter in veel gevallen jeuk in de mond. Als deze jeuk als heel vervelend wordt ervaren, kan dit vaak met een anti-allergietablet (antihistaminicum) worden opgelost. Ook worden er soms aanhoudende klachten met slikken ervaren. Neem in dat geval contact op met de arts.
Vragen?
In deze folder hebben wij u informatie gegeven over immunotherapie bij kinderen. Mocht u hierover vragen hebben, dan kunt u deze stellen aan uw behandelend arts of bellen naar de polikliniek kindergeneeskunde, telefoonnummer: (0182) 50 50 09.
Disclaimer
De informatie op deze pagina is algemeen en geen behandeladvies. Volg altijd de afspraken die u met uw zorgverlener maakt. Vertalingen zijn gemaakt met vertaalsoftware en kunnen fouten bevatten. Het Groene Hart Ziekenhuis is niet aansprakelijk voor schade door mogelijke onjuistheden in deze informatie. Lees hier onze uitgebreide disclaimer.