Patiënten waarbij er mogelijk sprake is van darmkanker kunnen terecht op de polikliniek Maag-, Darm- en Leverziekten voor een intakegesprek ter voorbereiding op het darmonderzoek.
Hier vindt u uw
patiëntenportaal
Het Groene Hart Ziekenhuis biedt een totaalpakket van zorg aan patiënten die door de huisarts of medisch specialist zijn verwezen in verband met klachten of afwijkingen die (mogelijk) samenhangen met darmkanker. Dit geldt ook voor patiënten die na deelname aan het bevolkingsonderzoek darmkanker bericht hebben gekregen dat verder onderzoek in het ziekenhuis noodzakelijk is.
Wij helpen u graag verder. Neem telefonisch contact met ons op of stel gemakkelijk online uw vraag (alleen voor niet-medische vragen).
De darmen zijn onderdeel van het spijsverteringskanaal. Nadat voedsel de maag is gepasseerd, komt het in de dunne darm terecht. Na de dunne darm volgt de dikke darm, ook wel colon genoemd. Het laatste deel van de dikke darm wordt de endeldarm (rectum) genoemd. Aan het einde van de darmen bevindt zich de anus; de plek waar de ontlasting het lichaam verlaat.
Bij darmkanker is er sprake van een verstoorde deling van cellen in de darm. Hierdoor ontstaat een woekering van 'foute' cellen die samen een kwaadaardig gezwel (tumor/carcinoom) vormen. Darmkanker ontstaat vrijwel altijd uit een poliep. Een poliep is een woekering van slijmvliescellen van de darm en wordt gezien als het voorstadium van darmkanker. De meeste poliepen zijn goedaardig en blijven dit ook. Slechts in een klein percentage poliepen komen 'onrustige cellen' voor. Als kwaadaardige cellen in de wand van de darm groeien, spreken we van darmkanker.
Kwaadaardige cellen hebben de neiging zich verder te verspreiden in het lichaam. Als de verspreiding van kankercellen niet gestopt wordt, komen deze cellen uiteindelijk terecht op andere plekken in het lichaam. In dat geval spreken we van uitzaaiingen. De behandeling van kanker is er op gericht om de kwaadaardige cellen uit het lichaam te verwijderen, te vernietigen of het delen van de kwaadaardige cellen af te remmen.
Er zijn verschillende vormen van darmkanker. Meestal is er sprake van dikkedarmkanker, ook wel 'colorectaalcarcinoom' genoemd. Wanneer er wordt gesproken over 'darmkanker' wordt daar over het algemeen dikkedarmkanker mee bedoeld.
Van de mensen met dikkedarmkanker heeft 80% een tumor in het eerste deel van de dikke darm (coloncarcinoom). Bij ongeveer 20% bevindt de tumor zich in de endeldarm, het laatste deel van de dikke darm; endeldarmkanker (rectumcarcinoom). Dikkedarmkanker is één van de best behandelbare vormen van kanker, mits de diagnose in een vroeg stadium wordt vastgesteld.
Naast dikkedarmkanker bestaat er zeldzamere vormen van darmkanker, waaronder dunnedarmkanker, sarcomen en zogenaamde neuro-endocrine tumoren. Kijk voor meer informatie over deze vormen van kanker op de website van de Maag Lever Darm Stichting
Darmkanker kan het gevolg zijn van erfelijke ziektes, zoals Lynch Syndroom (HNPCC) of Familiaire Adenomateuze Polyposis (FAP). Bekijk voor meer informatie de website van Stichting Lynch Polyposis. Om na te gaan of er sprake is van een erfelijke vorm van kanker kan worden verwezen naar de klinisch geneticus.
Mannen en vrouwen met darmkanker worden binnen het samenwerkingsverband Samen+ behandeld in een zorgpad. Dit zorgpad is een serie vaste afspraken over de behandeling van darmkanker. Hierdoor sluiten de verschillende onderzoeken, behandelingen en controles goed op elkaar aan.
Patiënten waarbij er mogelijk sprake is van darmkanker kunnen terecht op de polikliniek Maag-, Darm- en Leverziekten voor een intakegesprek ter voorbereiding op het darmonderzoek.
Enkele dagen na het intakegesprek vindt het darmonderzoek (coloscopie) plaats op de Scopie afdeling. Hierbij wordt met een kijkbuisinstrument (de endoscoop) de binnenkant van de dikke darm bekeken en kunnen kleine stukjes weefsel worden weggenomen voor verder microscopisch onderzoek door de patholoog.
Direct na afloop van het darmonderzoek vertelt de MDL-arts of er op basis van het onderzoek aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van een kwaadaardige afwijking.
Over het algemeen is aanvullend onderzoek nodig om nauwkeuriger te bepalen hoe groot de tumor precies is en of er uitzaaiingen zijn en/of om uw situatie verder in kaart te brengen.
De uitslagen van de onderzoeken worden tijdens een vaste patiëntenbespreking besproken door het gespecialiseerd behandelteam en het team formuleert een behandeladvies. De patiënt stelt samen met zijn/haar specialist het definitieve behandelplan vast.
De behandeling van darmkanker is afhankelijk van de plaats van de darmkanker (dikke darm of endeldarm), de grootte van de tumor en of er sprake is van uitzaaiingen. Bij darmkanker bestaat de behandeling meestal uit een darmoperatie, bij endeldarmkanker eventueel in combinatie met bestraling (radiotherapie). Bij een deel van de patiënten is verdere 'systemische' behandeling nodig, bijvoorbeeld chemotherapie.
Na de behandeling van darmkanker blijven patiënten de eerste jaren onder controle. Daarnaast is er in de nazorgfase ook veel aandacht voor psychosociale begeleiding en ondersteuning.
Het coloscopie-onderzoek vindt plaats op de Scopie afdeling. Bij een coloscopie wordt met een kijkbuisinstrument (de endoscoop) de binnenkant van de dikke darm (en eventueel het laatste deel van de dunne darm bekeken) om mogelijke afwijkingen op te sporen of uit te sluiten. Tijdens het darmonderzoek kunnen kleine stukjes weefsel worden weggenomen voor verder microscopisch onderzoek door de patholoog. Zie voor uitgebreidere informatie over het coloscopie-onderzoek de folders in het folderblok. Onderstaand filmpje geeft een goed beeld van het coloscopie-onderzoek in het GHZ.
Wanneer er sprake blijkt te zijn van een kwaadaardige afwijking, kunnen waar nodig aanvullende onderzoeken worden uitgevoerd. Het doel hiervan is om de vorm en grootte van de tumor beter in te schatten en om na te gaan of er uitzaaiingen naar andere organen zijn.
Bij oudere patiënten worden - indien van toepassing - voedingstoestand, stemming, geheugen en zelfredzaamheid besproken en onderzocht door de gespecialiseerd geriatrisch oncologisch verpleegkundige. Het behandelplan wordt vervolgens waar nodig aangepast.
Om de vorm en grootte van de tumor nog beter te bekijken en om na te gaan of er uitzaaiingen naar andere organen zijn, kan het nodig zijn om een CT-scan, MRI, röntgenfoto, echografie, en/of bloedonderzoek uit te voeren.
Jonge patiënten of patiënten bij wie darmkanker veel in de familie voorkomt, kunnen worden doorverwezen naar de polikliniek van de klinisch geneticus. Deze kan besluiten om verder onderzoek uit te voeren om vast te stellen of er sprake is van een erfelijke vorm van darmkanker.
AYA's (Adolescents & Young Adults) zijn jonge mensen die tussen 18 en 39 jaar voor het eerst te horen krijgen dat ze kanker hebben. Dan staat je wereld op zijn kop. Daarom bieden wij speciale AYA-zorg.
Meer informatie