alle behandelingen en onderzoeken

Pacemaker

behandeling

Een pacemaker is een apparaatje dat de hartslag op peil houdt wanneer deze in een te langzaam ritme dreigt te komen. Op deze pagina leest u meer informatie over dit hulpmiddel.

Contact opnemen?

Wij helpen u graag verder. Neem telefonisch contact met ons op of stel gemakkelijk online uw vraag (alleen voor niet-medische vragen).

Wat is een pacemaker?

Het hart is de pomp van het lichaam die 4 tot 5 liter bloed rondpompt. Het bloed kan zo alle spieren en organen voorzien van zuurstof en voedingsstoffen. Voordat het hart samentrekt en bloed door het lichaam pompt, heeft het een prikkel nodig, een opdracht dat het hart aan het werk moet. Deze opdracht wordt gemaakt door de sinusknoop en wordt vervolgens via een bepaalde route door het hart geleid van boven naar beneden, van de boezems naar de kamers. De route van de sinusknoop naar de kamers wordt het geleidingssysteem genoemd.

Bij sommige mensen werkt het geleidingssysteem niet goed; de sinusknoop maakt de opdracht niet vaak genoeg aan of de opdracht wordt in het geleidingssysteem geblokkeerd en bereikt de kamers niet. Het gevolg is dat de hartslag onregelmatig en/of te langzaam wordt. Een pacemaker kan ervoor zorgen dat de hartslag op peil blijft. Het is echter een hulpmiddel; het is geen behandeling waardoor het geleidingssysteem weer geneest.

Meer informatie

  • Verschillende typen pacemakers

    Er zijn een aantal verschillende typen pacemakers. Het grootste onderscheid is de hoeveelheid pacemakerdraden:

    • Eenkamersysteem: de naam zegt het al. Het gaat om een pacemaker met één pacemakerdraad. Vaak gaat het om een draad in de rechterkamer (een VVI-pacemaker). Een enkele keer gaat het om een draad in de rechterboezem (een AAI-pacemaker)
    • DDD-pacemaker: aan deze pacemaker zit zowel een draad in de rechterboezem als in de rechterkamer. Deze pacemaker wordt het meest geplaatst in het Groene Hart Ziekenhuis.
    • Biventriculaire pacemaker/CRT-pacemaker: CRT staat voor cardiale resynchronisatietherapie. Deze pacemaker wordt gegeven aan patiënten bij wie de linkerkamer en de rechterkamer niet meer tegelijk samentrekken. Door zowel een pacemakerdraad in de rechterkamer en om de linkerkamer te plaatsen kan de pacemaker de kamers opnieuw gelijktijdig laten samentrekken.

    Wellicht heeft u ook wel eens gehoord over een ICD; een Implanteerbare Cardioverter Defibrillator. Voor meer informatie over de ICD verwijzen wij u door naar de website van de Hartstichting (Alles over de ICD | Hartstichting)

  • De implantatie

    Het plaatsen van een pacemaker gebeurt onder plaatselijke verdoving. U bent dus wakker en hoort alles wat er gebeurd. In verband met steriliteit ligt er een steriel doek over u heen en hierdoor kunt u niet mee kijken. De ingreep wordt uitgevoerd op de hartcatheterisatiekamer door een cardioloog (in opleiding). De cardioloog wordt ondersteund door enkele laboranten en een pacemakertechnicus. Gemiddeld duurt de ingreep twee uur, soms korter en soms langer. Dit is afhankelijk van een aantal factoren, zoals het type pacemaker dat geïmplanteerd wordt.

    Na de verdoving maakt de cardioloog een klein sneetje onder het sleutelbeen. Daar wordt een bloedvat gezocht waardoor de pacemakerdraden naar het hart toe gebracht kunnen worden. Als de pacemakerdraad zich in het hart begeeft, kan dit tijdelijk hartkloppingen veroorzaken. Met behulp van röntgenstraling worden de pacemakerdraden op de goede plek gelegd. De aanwezige pacemakertechnicus doet een aantal metingen. Als de technicus en de cardioloog tevreden zijn, worden de draden vastgezet in het hart. De draden worden ook in de pacemaker vastgezet. De cardioloog maakt onderhuids ruimte voor de pacemaker, ook wel de ‘pocket’ genoemd. Daar wordt de pacemaker weggestopt en vervolgens wordt de huid dichtgemaakt.  Er komt een pleister over de wond en er wordt een zandzakje op de wond gelegd tegen het zwellen.

    Na de ingreep blijft u tenminste één nacht in het ziekenhuis. De volgende dag komt de pacemakertechnicus het apparaat doormeten. Soms is het nodig om een foto van het hart en de longen te laten maken op de radiologie afdeling. Als alles in orde is, gaat u de volgende dag naar huis. De eerstvolgende afspraak staat na 8 tot 10 dagen gepland op de polikliniek Cardiologie (route 90). Er wordt dan opnieuw een pacemakercontrole uitgevoerd en de wond wordt gecontroleerd. Als er gebruik gemaakt is van niet-oplosbare hechtingen, worden deze ook verwijderd

  • Risico's tijdens en na de implantatie

    Iedere operatie kent bepaalde risico’s, zo ook het plaatsen van een pacemaker. Gelukkig zijn de risico’s klein en wordt er alles aan gedaan om de kans op een complicatie zo klein mogelijk te houden. Hieronder toch een aantal complicaties op rij:

    • Bloeding: bij de plaatsing kan een ader gaan bloeden en een bloeduitstorting ontstaan. Zeker bij patiënten die bloedverdunners gebruiken kan het resulteren in een flinke blauwe borst. Gelukkig verdwijnt de bloeduitstorting vanzelf na een aantal dagen of enkele weken.
    • Infectie: in uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat er een bacterie in de wond komt. De wond wordt dan dik en rood en de patiënt kan koorts krijgen. Ook kan er pus uit de wond komen. Als er sprake is van een infectie kan dit behandeld worden met antibiotica. Soms moet het hele pacemakersysteem verwijderd worden.
    • Losraken van de pacemakerdraad: in de eerste weken is de pacemakerdraad nog niet vastgegroeid en bestaat de kans dat hij losraakt uit de hartwand. De draad kan zijn werk niet meer (goed) doen. De enige manier om de draad weer vast te maken is een nieuwe ingreep.
    • Klaplong: wanneer de pacemakerdraden in het lichaam gebracht worden, kan soms het longvlies geraakt worden. Een foto van hart en longen kan controleren of dit gebeurd is. Er is dan sprake van een klaplong.
  • Leefregels

    De pacemakerdraden hebben tijd nodig om vast te groeien in het hart. Dit duurt ongeveer 4 tot 6 weken. Tot die tijd is het van belang om de linkerarm (als de pacemaker links geplaatst is) niet naar achter te bewegen of boven schouderhoogte te verheffen. Ook mag u de arm niet zwaar belasten en bijvoorbeeld geen volle boodschappentas dragen. Sporten waarbij u de arm veel beweegt, zoals zwemmen, softbal of trainen met gewichten, kunt u het best ook nog even uitstellen.

    Nadat u een pacemaker gekregen heeft mag u tijdelijk niet auto rijden. Voor de meeste patiënten geldt dat zij weer achter het stuur mogen ná de eerste pacemakercontrole (8-10 dagen na plaatsing). Voor sommige patiënten beslist de cardioloog dat er een langere rij-ontzegging nodig is. Uw rijbewijs blijft geldig nadat u een pacemaker gekregen heeft. U hoeft dus geen nieuw rijbewijs aan te vragen.

    Als drager van een pacemaker is het belangrijk dat u uw pacemakerpas altijd bij u heeft. Op dit pasje staat welk merk pacemaker en pacemakerdraden u heeft. Ook staan de gegevens van het ziekenhuis op de pas. Als u bij een andere specialist komt of in een ander (eventueel buitenlands) ziekenhuis terecht komt, kan men direct zien met welke pacemaker zij te maken hebben. Ook heeft u dit pasje bijvoorbeeld nodig op het vliegveld bij de veiligheidspoortjes.

    Het advies van de fabrikant luidt dat het passeren van de veiligheidspoortjes in principe geen effect zal hebben op de pacemaker, mits u in een normaal tempo door de poortjes loopt en pas tot stilstand komt 1 meter na het poortje. Toch is het niet volledig uit te sluiten dat de pacemaker reageert. Daarom blijft het advies gelden dat u uw pacemakerpas direct laat zien. In de meeste gevallen zult u dan handmatig gefouilleerd worden en de veiligheidspoortjes over mogen slaan. De bodyscan vormt geen risico voor uw pacemaker.

    U hoeft zich geen zorgen te maken over de invloed van huishoudelijke apparatuur, zoals een magnetron of een blender, op uw pacemaker. Wel adviseren wij u om uw telefoon niet in uw borstzak aan de pacemakerkant te dragen. De pacemaker kan wél beïnvloed worden door sterke elektrische apparaten als een MRI-scan, zendantennes, draaiende elektromotoren, hoogspanningskabels etc. Voor meer informatie en advies kunt u het beste een afspraak maken met de pacemakertechnicus.

    Goed om te weten: met een pacemaker mag u gewoon gereanimeerd worden!

  • Controle door de pacemakertechnicus

    Naast de reguliere controles bij de cardioloog, is het ook noodzakelijk de pacemaker te laten controleren door de pacemakertechnicus. Dit zal gemiddeld één tot twee keer per jaar zijn, afhankelijk van het type pacemaker en hoe het met uw gezondheid gesteld is. De technicus controleert de werking van de pacemaker, de pacemakerdraden (ofwel leads) en kan uitlezen of er snelle ritmestoornissen geweest zijn. Ook kijkt de technicus naar de resterende batterijduur en past eventueel de instellingen van de pacemaker aan. Deze instellingen kunnen per patiënt verschillen en moeten geëvalueerd worden om goed aan te sluiten bij de (conditie van) patiënt. Een controle duurt tussen de 20 en 30 minuten.

    In het Groene Hart Ziekenhuis zijn vier pacemakertechnici werkzaam. Iedere werkdag is er een spreekuur van 08.30 – 16.30 uur. In de weekenden zijn zij niet aanwezig.

  • Overlijden

    Ook met een actieve pacemaker kan men overlijden. De pacemaker blijft pulsjes afgeven aan het hart, maar de hartspier reageert hier niet meer op en het hart zal niet meer samentrekken. Het deactiveren van de pacemaker is dus niet nodig (of wenselijk) in de laatste levensfase. De pacemaker zal na het overlijden in de meeste gevallen verwijderd worden door een mortuariummedewerker, arts of uitvaartverzorger. Dit is nodig in verband met de batterij; er bestaat een ontploffingsgevaar bij crematie en er zijn milieuoverwegingen bij begraven.

  • Wanneer moet u contact opnemen?

    In verband met de ingreep bestaat er een kans op een wondinfectie. In de volgende gevallen moet u daarom direct contact opnemen met de polikliniek Cardiologie via (0182) 50 50 10 of met de afdeling Spoedeisende hulp via (0182) 50 53 27:

    • Als het gebied rondom de wond dik wordt of erg pijnlijk blijft;
    • Als het gebied rondom de wond en/of de wond zelf vurig rood wordt;
    • Als er na 3 dagen nog vocht of bloed uit de wond komt;
    • Als de randen van de wond open gaan staan;
    • Als u koorts krijgt boven de 38,5 °C.

    Natuurlijk kunt u met uw vragen terecht bij uw cardioloog of pacemakertechnicus. Schrijf uw vragen op zodat u deze mee kunt nemen naar uw volgende controle. Heeft u vragen die niet kunnen wachten? Neem dan contact op met de polikliniek Cardiologie (0182) 50 50 10.

Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.

Deze website maakt gebruik van geanonimiseerde cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren en voor de analyse van onze website. Deze cookies kun je niet uitzetten. Bij het tonen en afspelen van YouTube video's worden cookies van derden geplaatst. Deze cookies van derden kun je wel uitzetten. Klik op "Akkoord" als je akkoord gaat met dit gebruik van cookies, klik op "Aanpassen" voor meer informatie en om zelf te bepalen welke cookies deze website plaatst.

8.5

Beoordeling op Zorgkaart Nederland
op basis van 534 beoordelingen